
Symposium KORTE KETEN initiatieven in Vlaanderen: kansen en beleid
Enkele reflecties en bedenkingen
“20% van de Leuvense grond is voor landbouw bestemd, maar de inwoners van de stad weten niet welke boeren dat land bewerken, noch waar hun oogsten naartoe gaan.”
Hiermee werd op vrijdag 22 oktober het Symposium van de Korte Keten gelanceerd. Ondersteund door de provincie Vlaams-Brabant ging het symposium door in de mooie raadzaal van het provinciegebouw in Leuven. De vzw Voedselteams was de hoofdinitiatiefnemer en organisator van de dag. Een uitgebreid verslag van de dag staat op hun website, http://www.voedselteams.be/blog/korte-keten-symposium-leidt-tot-parlementaire-vragen. Daarom wil ik mij beperken tot een aantal indrukken die de dag op mij naliet. Eerst even kort situeren.
Met de globalisering van de laatste decennia is de afstand – zowel geografisch als sociaal – tussen producent en consument in de voedselketen steeds groter geworden. Voedsel reist de wereld rond en “veel consumenten hebben nog nooit een landbouwbedrijf van dichtbij gezien en hebben geen idee van de manier waarop hun voedsel geproduceerd wordt.” De vele distributie- en verwerkingsschakels tussen producent en consument hebben er voor gezorgd dat ons voedsel “gedeterritorialiseerd” en anoniem is geworden.
“Lokale” en “korte keten” initiatieven (de twee concepten zijn niet identiek, maar lopen wél door elkaar) in verschillende landen proberen deze afstand de laatste tijd te verkleinen, voedsel te “relocaliseren”, consumenten en producenten terug met elkaar in contact te brengen. Een (ver-)korte keten zou tal van ecologische (voedselkilometers), economische (eerlijke prijs, regionale economie) en sociale (lokale contacten, samenwerkingen) voordelen hebben. En het zit in de lift! “Local food” zou op dit moment zo hip zijn dat zelfs Walmart (reuze Amerikaanse 'discount' supermarktketen die met zijn vestigingen in 15 landen de grootste particuliere werkgever ter wereld is) onlangs aankondigde zijn aankoopbeleid te zullen aanpassen om meer “local and sustainable food” in hun gamma op te nemen (http://www.nytimes.com/2010/10/15/business/15walmart.html)! (Dat brengt andere vragen met zich mee, gezien zijn beruchte scherpe prijzenbeleid naar leveranciers...)
De dag in Leuven is ontstaan toen Voedselteams kennis nam van een recent beleidsplan in Frankrijk om de korte keten te ondersteunen. Interessant om dit als springplank te gebruiken en hiermee de Vlaamse Overheid aan te moedigen om korte keten in Vlaanderen meer te ondersteunen. Meer over het opzet straks.
De dag begon met een presentatie van een recente studie door de Vlaamse Overheid: “Korte keten initiatieven in Vlaanderen – een overzicht”. Tenzij anders vermeld, komen de citaten in deze tekst uit deze studie van het Departement Landbouw en Visserij (april 2010). Blijkbaar wordt het begrip “korte keten” op zeer diverse manieren ingevuld, maar een steeds terugkerend kenmerk van dit distributiemodel zou “het directe contact of een rechtstreeks samenwerkingsverband tussen producent en consument” zijn.
In Vlaanderen zouden er drie grote korte keten-actoren zijn. De studie geeft veel ruimte aan
- Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) label “erkend verkooppunt hoeveproducten”,
- Het Steunpunt Hoeveproducten van het Katholieke Vormingswerk van Landelijke Vrouwen (KVLV), en
- Voedselteams vzw.
Naast deze drie beschrijft de studie negen andere regionale initiatieven en netwerken die vooral een marketing of logistieke functie vervullen in het regionaal ondersteunen van de korte keten-verkoop.
Fijn dat zo een studie beschikbaar is. Voor meer details zie het verslag van Voedselteams. In de studie vallen mij een paar dingen op. Om te beginnen zijn de Brusselse Franstalige GASAP's (Les Groupes d'Achat Solidaires de l'Agriculture Paysanne – vergelijkbaar met CSA) in de studie opgenomen terwijl elke referentie naar Vlaamse CSA's (Community Supported Agriculture) ontbreekt. Zowel GASAP als CSA zijn mooie voorbeelden van een “rechtstreeks samenwerkingsverband tussen producent en consument.” Het zijn partnerschappen waarin het wederzijds engagement borg staat voor een korte keten die financieel op eigen benen kan staan. Maar het is vreemd dat GASAP, over de taalgrens, in een overzicht van korte keten initiatieven in Vlaanderen besproken is, terwijl CSA-projecten zoals “Het Open Veld” in Heverlee, het “Wijveld” in Gent en andere afwezig zijn. Het is vreemd dat de Vlaamse overheid naar Brussel moest om dit concept te vinden, terwijl “Het Open Veld” op nog geen 3km van het symposium ligt.
Hoe zou het komen dat de Vlaamse CSA’s niet in de studie opgenomen zijn? Het is wel zo dat toen de studie gemaakt werd er nog geen overkoepelende organisatie was voor deze CSA's – zij waren een verzameling van lokale initiatieven. (Sinds kort bestaat het CSA Netwerk Vlaanderen: www.csa-netwerk.be/csa-vlaanderen.) Misschien waren de lokale organisaties moeilijker te vinden, alhoewel Het Open Veld de afgelopen jaren veel persaandacht heeft genoten en Tom zelfs een laureaat was van de Innovatiecampagne van 2008. Maar zou het ook niet kunnen dat CSA in de studie niet opgenomen is omdat het voor de overheid onvoldoende zichtbaar is doordat het los staat van elke staatssubsidie?
Korte keten: logistiek of relatie?
Toen een aantal aanwezigen de auteur van deze studie vroeg hoe het kwam dat CSA er niet in stond, zei ze dat het concept er wel in vermeld werd, maar de naam CSA niet. Ik ben in het document gaan zoeken en de enige verwijzing die ik kon vinden was een verwijzing naar korte keten-initiatieven waar “de consumenten zelf hun producten gaan oogsten op het bedrijf ('pick your own')”.
Wat ik hier spijtig aan vind is dat het mooie van de krachtige relatie tussen een CSA-boer en zijn 'leden' gereduceerd wordt tot een activiteit of een logistiek systeem. In het extreme wordt deze denkwijze opgevoerd door bedrijven waar pompoenen met de camion worden ingevoerd en over een veld uitgestrooid voordat de klanten mogen toekomen om 'pick your own' pompoenen te komen 'oogsten'! Dit gebeurt echt, al is het niet in België. Een kant-en-klare 'boerderij-ervaring'!
Ik zou verder op dit thema willen inpikken door op een ander moment uit de dag in te zoomen. In de namiddag kregen zeven korte keten-initiatieven zeven minuten tijd om zich voor te stellen. Een zeer divers groepje:
Voedselteams – Ruth Stokx
't Goed Ter Heule (bio zelfpluk tuin) – Joline Dewitte
De Sterhoekhoeve (zuivel, verwerkte hoeveproducten) – Kathleen Deslin
Arbeidscentreum De Wroeter (sociale economie, bio groenten, fruit) – Sander Dragt
Aveve Streekhoekjes - SvenSnyders
De Ploeg (zuivel) – Ronny Aerts
Het Open Veld (CSA) – Tom Troonbeeckx
Vooral de presentaties van Sander (De Wroeter) en Tom (Het Open Veld) werden op applaus van de zaal onthaald – een interessant feit op zich. Sander besteedde in zijn mooie presentatie veel aandacht aan de mensen – met naam en foto – die bij De Wroeter betrokken zijn, zowel medewerkers als leveranciers. Tom vertelde over de betrokkenheid van zijn leden. Het verhaal dat bij mij het meest bleef hangen heeft te maken met hoe kinderen op “Het Open Veld” zoveel genieten van tussen de groenten te scharrelen dat ze thuis met hun poppekes nog “Boer Tom” blijven spelen! Wat een mooi voorbeeld van een voedselsysteem dat allesbehalve anoniem is.
Daarentegen vond ik het verhaal van Voedselteams teleurstellend. Ruth Stokx, betrokken bij de oprichting van Voedselteams, sprak over hun korte keten-model. Terwijl het opgericht werd om de band van vertrouwen tussen de consument en de boer te herstellen, vertelde Ruth vooral over het logistiek systeem van on-line bestellen en leveren bij depots. Er werd nauwelijks iets verteld over hun leveranciers, de boeren, Dat vond ik jammer. Achteraf sprak ik Ruth hier over aan. Ze gaf toe dat ze vroeger meer contact hadden toen ze wekelijks naar de boeren moesten bellen om hun bestelling door te geven. Nu verloopt alles redelijk efficiënt via hun webwinkel, waardoor ze minder rechtstreeks contact met de boeren hebben. Ik heb toevallig zelf een tijdje stage gedaan op de sociale werkplaats die groenten aan Ruth haar team levert. De enige communicatie tussen die werkplaats en de voedselteams was een lijst van de groenten van die week, met een vermelding van de herkomst (bij 2 boeren of de groothandel) en de prijs. Bij een vergadering tussen de werkplaats en een ander voedselteam bleek dat verschillende leden van het team de werkplaats / boerderij niet kenden en er nooit geweest waren. Maar ze kregen wel elke week hun groenten, door een chauffeur van de werkplaats afgezet aan een lokaal depot waar meestal niemand aanwezig was op het moment van de levering. Efficiënt wel. En lokaal. Maar is de keten hierdoor minder anoniem? Waar zit de relatie nog? Blijkbaar is het een uitdaging om voor een efficiënte logistiek te zorgen zonder de relatie boer – consument te laten verwateren. Hoe snel dat “rechtstreeks contact” toch redelijk anoniem wordt door één enkele, goed bedoelde tussenschakel!
Korte keten: knelpunten of krachten?
Even terugkomen op de zeven verhalen van zeven minuten – het krachtigste moment van de dag. Opvallend vond ik de manier waarop deze verhalen gekaderd waren. De facilitator van dit deel van de dag stelde telkens de vraag aan de presentators welke knelpunten ze ondervonden in hun werk als korte keten producent. Soms kwam dit vanzelf uit de verhalen naar voren (administratieve rompslomp, marketing...) maar meermaals zat het knelpunt-denken niet in het verhaal en werd dit door de facilitator gesuggereerd, in mijn beleving onterecht. Zo werd aan Joline Dewitte van 't Goed Ter Heule gevraagd of ze ooit in haar opleiding les heeft gehad over korte keten – haar antwoord was ‘nee’. De Sterhoekhoeve werd uitdrukkelijk gevraagd van wie ze steun hadden gekregen – Innovatiesteunpunt. Dit soort vragen en antwoorden werden dan op het einde van de dag gebruikt om de ”Knelpuntennota naar aanleiding van het Symposium...” te stofferen wanneer Ann Detelder (Steunpunt Hoeveproducten) deze aan de kabinetchef van het Ministerie van Landbouw presenteerde. De werkgroep die de dag in elkaar gestoken heeft zette “een gezamenlijk pleidooi op papier voor een vergrote kennis van de korte keten, voor het wegwerken van wettelijke en andere hinderpalen, voor een aanpassing van de steunmaatregelen – onder meer voor intermediairen zoals Voedselteams – en voor een betere organisatie van de logistiek en distributie” (verslag Voedselteams). Is het toeval dat vooral gesubsidieerde organisaties dit “pleidooi” formuleerden? Een pleidooi heb ik in de verhalen van Tom, van Joline, van Ronny niet gehoord...
Wat mij hierin opvalt is de richting waarin er gewerkt wordt. Het zal mijn Amerikaanse achtergrond zijn zeker, of het feit dat ik lang in de privé-sector gewerkt heb, maar ik vind dit een spijtige beweging. Met de vraag “steun ons” spreek je vanuit je zwakte in plaats van je kracht. Hiermee wil ik het werk van organisaties zoals Voedselteams absoluut niet bekritiseren, maar zou er geen ander manier zijn om de korte keten te stimuleren?
Op het symposium was er iemand van de Franse AMAP-beweging (CSA) komen spreken over een recent plan in Frankrijk om de korte keten te ondersteunen. Laat die man spreken over het mooie van de AMAP-beweging (CSA) in Frankrijk, en niet alleen een droge presentatie komen geven over een beleidsplan! Laat hem vertellen, bijvoorbeeld, over hun taalgebruik, waar ze spreken van “consommacteurs” in plaats van “consommateurs” – een prachtig woordspel voor bewuste en daadkrachtige consumenten!
Creëer een platform om succesverhalen te delen zodat niet alleen de bedienden, die in de ondersteunende organisaties van de korte keten werken, zich willen inschrijven, maar ook – of vooral – de lokale boeren. Verder nog: moeten we niet nadenken over hoe we consumenten bij zo een dag kunnen betrekken en warm maken om zelf op zoek te gaan naar boeren die voor hen willen telen (zoals de 'Groupes d'achats commun' dat doen in Wallonië en zoals ook in een paar Vlaamse gemeenten gebeurt)? Laten we ze aansporen tot 'consumactie'!
Jen Nold
|