ContactWie zijn weFotogalerijWeblinks
Start
Opleiding
Korte Cursussen
Vorming op maat
Lopende Projecten
Agenda
Nieuws
Opiniestukken
Sponsoring
Meer weten

Nieuwsbrief

Wil je graag onze maandelijks nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief



PDF Afdrukken E-mailadres

 


Ik zal voorbij zijn en het dorp zal duren
gelijk vandaag met harpen in de bomen.
Geblaat geblaf. En telkens toegenomen
bewegingen tegen de middaguren.
Het gras ontelbaar tussen vogelveren
en leeuweriken als omhooggetrokken

onhoorbaar bezig in een tijd vol klokken.
De knapen die nu haastig huiswaarts keren,
hun ransels rondzwaaiend naar alle kanten,
zullen volwassen zijn met grote handen.

Anton van Wilderode

 

De eerstejaars in onze landbouwopleiding hadden recent een inleidende les over bedrijfsstart en bedrijfsovername. Bij start of overname van een landbouwbedrijf is de reeks van administratieve stappen niet gering, en dat is ook logisch, want de administratieve verplichtingen van de bedrijfsvoering komen daar in één enkele momentopname bij elkaar.

Maar de bedrijfsovername is ook een proces waarbij mensen – overlater, overnemer en hun omgeving – betrokken zijn. Blijft “de mens” ook in beeld in de landbouwbouwbedrijfsovername, die steeds vaker en nadrukkelijker als een louter financieel en administratief-technisch “dossier” wordt afgehandeld?

Wie in de landbouw instapt – ook als (relatieve) nieuwkomer – neemt een plaats in in de continuïteit van het leven, waarin de essentie van de landbouw, het bebouwen en bewaren van de aarde, de constante is, en waarbij de mens die deze taak op een welbepaald moment op zich neemt een wezenlijke maar niettemin tijdelijke bijdrage levert.

Bovenstaande bespiegeling over de continuïteit van het dorp, en het tijdelijke van de bewoners, is net zo goed van toepassing op de boerderij: “ik zal voorbij zijn en het hof zal duren”.

De opiniebijdrage in deze nieuwsbrief gaat over “grondhoudingen”. Je kan in de landbouw staan met (bijna) elke denkbare grondhouding. Maar zichzelf te zien als de tijdelijke “drager” van het bedrijf, veeleer dan middelpunt of bezitter ervan, is niet in elke grondhouding mogelijk.

De ingesteldheid om zichzelf te zien als dienstbaar aan een landbouw die de eigen tijd van leven overstijgt is van essentieel belang voor de vruchtbaarheid van de landbouw en de duurzaamheid van het grondgebruik. Zij is tegelijk toekomstgericht en behoudsgezind, niet omdat ze de eigen rol als boer relativeert, maar in tegendeel deze eigen rol toespitst op de essentie: de overdracht van het waardevolle uit het verleden naar een nieuwe, vaak heel andere vervulling in de toekomst.

Koen Dhoore

Bio-grondfondsproject van start

Op 1 oktober ging het bio-grondfondsproject van start. Het project is een samenwerking tussen Land-in-Zicht, Landwijzer, het CSA Netwerk en het CDO van de UGent. Het wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid in het kader van de oproep 2011 ‘pilootprojecten coöperatief ondernemen‘.

Doel is om tegen 30 september 2012 een blauwdruk te ontwikkelen voor de oprichting van een coöperatief bio-grondfonds. Dat fonds wil landbouwgrond verwerven en via een duurzaam en betaalbaar gebruiksrecht ter beschikking stellen van professionele biologische landbouwprojecten. Zo biedt het een oplossing voor startende bio-boeren die nu maar moeilijk toegang krijgen tot grond. Voor bio-boeren die reeds actief zijn, is het bio-grondfonds dan weer een middel om bedrijfscontinuïteit te helpen realiseren. In onze buurlanden kennen vergelijkbare initiatieven veel succes.

De uitvoering van het project wordt gecoördineerd door Landwijzer, waar Kaat Segers als projectcoördinator is aangesteld. In samenwerking met experts van de partnerorganisaties, externe deskundigen en projectverantwoordelijke Geert Iserbyt (Landwijzer) zal zij de nodige voorbereidingen treffen voor de oprichting van het nieuwe fonds. Het idee van een bio-grondfonds in Vlaanderen leeft al langer, maar met het huidige project komt de feitelijke oprichting ervan een stuk dichterbij.

Voor suggesties en vragen, of indien u op de hoogte wil worden gehouden van het verloop van het project, contacteer Kaat Segers op , 03/281.56.00 of 0489/44.05.66.

OPINIE: Grondhoudingen en grondbeheer in de biologische landbouw

De beschikbaarheid van landbouwgrond is in Vlaanderen één van de nijpende problemen die de verdere groei van de biologische landbouw bemoeilijken. Rond het grondgebruik in de landbouw doen zich allerlei problemen voor: hoge prijzen, speculatie, druk vanuit andere grondgebruikers, moeilijke overdraagbaarheid, knelpunten in de wetgeving,… Wie alle landbouw-grond-problemen op een rijtje zet wordt er niet vrolijk van. In dergelijke omstandigheden is het goed om eens je uitgangspunten te herbekijken. Je kan immers doorgaans een moeilijk probleem niet oplossen vanuit het bewustzijn van waaruit het probleem is ontstaan.

Wat als we onze huidige gewoonte om landbouwgrond als privé-bezit te beschouwen eens in een ander daglicht plaatsen? In vroegere tijden en in andere culturen was/is landbouwgrond vaak geen privé-bezit. Juist door zo’n meer collectieve omgang met landbouwgrond als gemeengoed ontstaan mogelijkheden tot meer duurzaamheid. Biologische landbouw is gebaat bij een grondbeheer dat de individuele generaties bio-boeren overstijgt. Nu meer en meer Vlaamse bio-bedrijven van het eerste uur hun overgang maken naar de 2e generatie, is het aangewezen om hierover na te denken. Ook de start van het Bio-Grondfondsproject, waarin Landwijzer uitvoerende partner is, is een goede aanleiding. We putten inspiratie uit de visie op 6 mogelijke grondhoudingen in de relatie mens-natuur, die oorspronkelijk ontwikkeld is in de milieu-filosofie maar tevens bijzonder toepasbaar is op de landbouw.

De grondhoudingen-visie, ontwikkeld door de Nederlandse milieufilosofen Wim Zweers en Wouter Achterberg, onderscheidt 6 grondhoudingen. Het gaat daarbij over de relatie die de mens aangaat t.o.v. zijn/de natuurlijke omgeving. Deze visie kunnen we ook toepassen op de relatie mens-natuur in de landbouw en dat levert een boeiend kader waarin alle bestaande landbouwpraktijken zich laten situeren.

De 6 grondhoudingen vallen te verstaan als bewustzijnstoestanden die telkens ook ingebed zijn in een systeem van kennis, technologie, marktmechanismen, sociale verhoudingen en rechtsvormen. Onderstaand vat ik de 6 grondhoudingen kort samen en geef er meteen de kleur aan die ze krijgen in de landbouw met inbegrip van de houding t.o.v. het grondgebruik.

De grondhoudingen staan elk op zich voor een positie in het spanningsveld tussen mens en natuur. Ze vertrekken vanuit het dualisme van de mens die afgescheiden is van de natuur. 5 van de 6 grondhoudingen vormen in het spectrum mens-natuur een geleidelijke overgang van een hoofdzakelijk mensgerichte (antropocentrische) houding naar een sterk natuurgerichte (ecocentrische) houding. De 6e grondhouding overstijgt alle voorgaande en heft daarmee de dualiteit mens <–> natuur op.

Overzicht:

Dominator – Heerser – Rentmeester – Partner – Participant – Eenheid

De Dominator kent zichzelf de absolute beschikking over de natuur toe en plaatst zich in de rol van het hoogste gezag, de (her)schepper. Hij vertrekt daarbij in hoofdzaak van zijn eigen (collectief) belang en drang naar kennis & macht. Hij meet zich toe dat hij de natuur en de levende wezens, die er deel van uitmaken, naar eigen oordeel en behoefte kan benutten zonder zich zorgen te hoeven maken over de toekomst na hem. Niet enkel de benutbaarheid maar ook de identiteit zelf van levende organismen eigent hij zich toe dmv ingrepen in de aard van het leven zelf. Hij gelooft in de eindeloze mogelijkheden van zijn kennen en kunnen om eventuele ongunstige neveneffecten van zijn werkwijze voor zichzelf of voor de natuur te kunnen compenseren met nog meer ingrepen (technologie). Dominator-landbouw is hoogtechnologische, uitbuitende landbouw op basis van allerlei inputs van menselijke constructen: fysisch, chemisch, technisch en biotechnologisch. Op het vlak van grondgebruik in de landbouw kan de dominator vrij beschikken over de uitputbaarheid, de bestemming en de waarde van de bodem. Zo nodig -bij totale uitputting van de bodem- verlegt hij z'n terrein. De dominator denkt 1 generatie ver: z'n eigen tijdperk; hij pleegt roofbouw.

In de milieuvriendelijke variant kenmerkt dominator-landbouw zich door een systeem van hoogtechnologische ingrepen die kunnen leiden tot zogenaamd ‘gesloten kringlopen’ waarbij vervuilende stromen worden herbenut. Dit gebeurt echter niet vanuit het respecteren van de samenhang in het natuurlijk eco-systeem, maar vanuit een technologisch herschapen variant ervan, waarbij de macht en het ‘kunnen’ van de mens centraal staat. Meestal is het hele systeem toch afhankelijk van allerlei externe inputs. Afwentelingsmechanismen en het ontbreken van respect voor de integriteit van levensvormen blijven de (soms verborgen) eigenschappen van deze technologische eco-systemen.

De Heerser beslist autonoom over leven en dood in de natuur die hij beheerst en bezit. Hij is in principe geen verantwoording verschuldigd aan een hoger werelds gezag of aan de toekomst. Hij kan wel vanuit een eigen morele keuze grenzen stellen aan de mate waarin hij ingrijpt in de identiteit en integriteit van de natuur. Hij voelt niet zelden de behoefte om zijn heerschappij door te geven aan een (zelf gekozen) opvolger; zo handelt hij vaak in de lijn van een bepaalde 'dynastie', waardoor een vorm van continuïteit ontstaat. In de landbouw is dat bijv. de (evidente) opvolging van vader op zoon. Door die band met de toekomst is de heerser geneigd een zekere zorg te hanteren in z'n omgang met de natuur. Heerser-landbouw is te herkennen in de huidige gangbare (heersende) westerse landouw. Het is een sterk uitbatende landbouw die op allerlei vlakken enerzijds het leven en de groei forceert, anderzijds continu de uitwassen daarvan bestrijdt en doodt. Op het vlak van grondgebruik probeert de heerser de natuurlijke hulpbronnen niet helemaal uit te putten; hij denkt 2 generaties ver: z'n eigen tijd en die van z'n opvolger.

De Rentmeester 'leent' het goed dat hij beheert van een hoger gezag en is daaraan ten allen tijde verantwoording verschuldigd. Dat kan een werelds gezag zijn (bijv. als pachter) of een geestelijk gezag. De christelijke moraal bijv. schrijft de rentmeester-houding voor als de houding die de mens t.o.v. de natuur dient aan te nemen. De rentmeester weet dus dat hij geen eigenaar is van de natuurlijke hulpbronnen die hij beheert en dat hij ze na verloop van tijd met inbegrip van verantwoording dient terug te geven aan de 'eigenaar' of -bij uitbreiding- door te geven aan de toekomstige generaties. Rentmeester-landbouw is een verzorgende, bewarende landbouw die tevens het voorzorgsprincipe hanteert. De biologische landbouw past in deze stroom. Op het vlak van grondgebruik zal de rentmeester de bodemvruchtbaarheid in stand houden en het land minstens even goed aan z'n opvolger doorgeven als hij het gekregen heeft. De rentmeester denkt meerdere generaties ver en gaat bijgevolg uit van het principe van 'duurzaamheid'; dat wil hij zo mogelijk ook vertalen naar de beheer-structuur voor de grond.

De Partner stelt zich niet langer boven de natuur, maar ernaast. Mens en natuur gaan samen een relatie aan en werken samen. Geen enkele relatie blijft duren zonder dat eraan gewerkt wordt. In een relatie is het dus geen kwestie van behouden en bewaren, maar juist van samen ontwikkelen, samen kwalitatief groeien vanuit wederzijdse afhankelijkheid, wederzijdse zorg, co-creatie. Een relatie wordt des te sterker naarmate beide partners beschikken over zelfkennis en identiteit. Partner-landbouw is bijgevolg ontwikkelingslandbouw en identiteitslandbouw. Deze landbouw vertrekt vanuit de integriteit van de partner (de natuur) en een groot respect voor elke levensvorm. Begrippen uit de biologisch-dynamische landbouw (bedrijfsindividualiteit, de relatie tussen bedrijfsontwikkeling en beroepsontwikkeling,...) passen in dit bewustzijn. Op het vlak van grondgebruik wil de partner de bodemvruchtbaarheid en de identiteit van bodem en bedrijf steeds verder ontwikkelen. Hij denkt vele generaties ver en wil ook het zeggenschap over grond en bedrijf in een continue en overdraagbare structuur onderbrengen, graag tevens in partnerschap met betrokken consumenten.

De Participant ziet zichzelf als een deel van de natuur. Hij ziet z'n taak t.o.v. de natuur in hoofdzaak als een dienstbare rol. De natuur draagt in vele opzichten wijsheid in zich en geeft het voorbeeld. De landbouw dient te worden vorm gegeven op basis daarvan: zo natuur-getrouw mogelijk (mengteelten, bodembedekking, focus op ontwerp,...). Het behoeden van de natuur is een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. Hij maakt principieel zo weinig mogelijk gebruik van techniek, technologie en fossiele brandstof. De stroom van de permacultuur past in dit bewustzijn. Op het vlak van grondbeheer wil de participant geen centraal geregelde vormen van eigendom of zeggenschap, maar lokaal en collectief grondgebruik gericht op plaatselijke zelfvoorziening. De participant richt zich op een zeer lange termijn en wil permanente vruchtbaarheid ondersteunen.

Dit zijn de 5 grondhoudingen die vertrekken van het spanningsveld tussen mens en natuur. De 6e grondhouding gaat terug naar / loopt vooruit op de situatie waarin de mens zich nog niet / niet meer afgescheiden voelt van de natuur, maar er zich één mee voelt en weet.

In het Eenheids-bewustzijn is de mens in de natuur en de natuur is in de mens. Beiden voelen elkaar aan; er is geen sprake van een (af)scheiding. De mens voelt aan wat hij van de natuur kan nemen en wat hij haar dient te laten. Hij verstoort geen evenwichten. Dit bewustzijn is voor ons, westerse mensen, moeilijk in te voelen. Het doet denken aan de grondhouding van indianen en aboriginals. Vormen van landbouw -het in cultuur brengen van de natuur- zijn hierbij niet noodzakelijk in gebruik op voorwaarde dat er een lage bevolkingsdichtheid is en bijgevolg een grote beschikbare ruimte en biodiversiteit. Zweers noemt dit het bewustzijn van de 'unio mystica' (de mystieke eenheid) en benadrukt hiermee het feit dat dit enkel mogelijk is vanuit een holistische visie. (*).

Grondhoudingen en grondbeheer

Bij de vraag welke nieuwe uitgangspunten we zouden kunnen hanteren voor een toekomstgericht grondbeheer in de biologische landbouw, lijkt het mij duidelijk dat minstens de rentmeesterhouding, maar bij voorkeur de partner-houding richtinggevend moeten zijn. Liefst zelfs zodanig dat er openheid blijft om verdere stappen te zetten in het bewustzijn én de feitelijke omgang met grond in de richting van een sterkere eenheidbeleving tussen mens en natuur. Door vormen te creëren waarin mensen opnieuw collectief verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het beheer van landbouwgronden, kunnen we hier mogelijkheden scheppen. Het feit dat in deze tijd van financiële crisis en bankencrisis ook her en der mensen op zoek zijn naar een duurzame en waardevaste belegging levert tevens een opportuniteit in deze transitie van privé-bezit naar gemeengoed voor landbouwgronden. Laten we hopen dat de partner-houding in de relatie van boeren en burgers t.o.v. het beheer van landbouwgrond in de komende jaren dermate toeneemt dat ook in ons land de ontwikkeling van een Bio-Grondfonds succesvol verloopt.

Aanvullende opmerkingen:

  • Je kan een mens/boer niet zomaar éénduidig voor heel zijn denken en handelen indelen in één van de 6 grondhoudingen. Vaak tonen we ons als mengvormen van deze grondhoudingen op diverse vlakken van ons bewustzijn en ons handelen. In die zin zijn bovenstaande beschrijvingen ideaal-typisch en moeten ze flexibel gehanteerd worden wanneer men ze wil gebruiken om concrete mensen of bedrijven te typeren.
  • Elke grondhouding heeft z’n waarde. We hoeven ze niet in te delen op een schaal van goed-beter-best of goed <-> slecht. In bepaalde omstandigheden in de landbouw kan het nodig zijn om dominant te werk te gaan; in andere omstandigheden is een streven naar eenheid gewenst. Het lijkt me belangrijk dat we in deze tijd in onze landbouw streven naar een zwaartepunt in ons bewustzijn bij de middelste grondhoudingen (rentmeester – partner) en de andere als instrument of inspiratie inzetten waar nodig of mogelijk.

Geert Iserbyt

Opleiding Bio & BD-landbouw 

Maandelijks ontvangen de cursisten per post een gedetailleerd lesprogramma met alle concrete gegevens en praktische afspraken. Wie als praktijkopleider of gastdocent, of gewoon uit interesse over hun schouder wil meekijken, kan hier lezen wat deze maand aan bod komt, en wie daarover lesgeeft. Onvoorziene wijzigingen in het programma zijn steeds mogelijk. Deelnemers worden hiervan rechtstreeks zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

1e jaars

Datum

Thema

Lesgever(s)

MA 5/12

Bemesting en compostering

We overlopen de verschillende mestsoorten en hun kwaliteiten, het composteringsproces en de vereisten voor een goede compost.

Louis De Bruyn

 

MA 12/12

VM: Bemesting: bemestingsplan

We gaan in op de opmaak van een bemestingsplan: wat hebben de teelten nodig en wat is er beschikbaar?

NM: Basisprincipes van de biologische landbouw

Voor bodem, plant, dier en het gehele agro-ecosysteem overlopen we de uitgangspunten van de biolandbouw.

Louis De Bruyn,
Geert Iserbyt

 

 

MA 19/12

VM: Bemesting: praktijkvoorbeeld Akelei

Aan de hand van het bemestingsplan van Akelei worden de lessen rond bemesting nog eens toegepast op de praktijk.

NM: Mestwetgeving

Na de teelttechnische kijk op bemesting volgt hier het wetgevend kader. Nathalie Kindt licht de principes en praktische kanten van de Vlaamse mestwetgeving toe.

Johan D’hulster,
Nathalie Kindt (VLM)

MA 20/12

VM: Bodembewerking

Nico, boer op De Levende Aarde, deelt zijn ervaringen rond bodembewerking.

NM: Primaire productie en ketenontwikkeling in de bio-sector

Paul geeft een inkijk in de structuren die de afzet van bioproducten in Vlaanderen (en Europa) kenmerken.

Nico Vandevannet,
Paul Verbeke (BioForum Vlaanderen)

MA 26/12

KERSTVAKANTIE: geen les

 

2e jaars

Datum

Thema

Lesgever(s)

MA 5/12

Fruitteelt: kleinfruit

Vandaag neemt Joke jullie mee in de wereld van het kleinfruit en zet de basis van de diverse teeltaspecten op een rij. 

Joke van den Ban

MA 12/12

Fruitteelt: grootfruit

Na de les over kleinfruit, gaat Joke door met de teelt van grootfruit.

Joke van den Ban

MA 19/12

Bijenhouderij

We gaan in op het biologisch beheer van bijenvolkeren: de kast, voeding, ziektes, oogst en omgang.

Karel Van Geel

MA 20/12

Biologische pluimveehouderij en ander kleinvee

We bekijken de kernpunten van het houden van biologisch pluim- en kleinvee: rassenkeuze, voedermiddelen, stal, buitenloop en rentabiliteit.

Mark Pauwels

 

MA 26/12

KERSTVAKANTIE: geen les

 

Interview met Karel Houdmont (ex-landwijzercursist), door Sarah Bulckens (landwijzercursiste, 2de jaars)

Karel, kan je jezelf en je boerderij even voorstellen?

Ik ben Karel Houdmont, boer op Ourobouros in Dikkele, in de Zwalmstreek. Ourobouros is een biologische boerderij, met een heel sterke bio-dynamische inslag. We zouden geen Demeter bedrijf kunnen zijn maar we zijn wel aardig op weg. We verkopen onze groenten gedeeltelijk op een markt in Brussel, via groentenpaketten in de streek, en een heel deel ook via klantengroepen in Brussel. Daarnaast ook nog aan onze collega’s in De Vroente natuurlijk.

We hebben heel nauw contact met onze klanten, op de markt, en vooral via de klantengroepen in Brussel. Die zijn een beetje vergelijkbaar met Voedselteams, maar ze werken meer vanuit de basis: bij GASAP is er heel weinig geregeld van bovenaf. Er is een charter en er zijn een paar coördinatoren maar in grote lijnen regelen de groepen alles zelf, in samenspraak met de producent. Door het nauwe contact met de klanten en door het feit dat er per kwartaal wordt betaald, bewegen we een beetje meer richting CSA. Zelfoogst is niet haalbaar omwille van de afstand. Vermits de klanten niet naar het veld kunnen komen, moeten wij het veld naar hen brengen: de oogst, de boer en zijn verhaal, inclusief de moeilijkheden, de teelt, hoe alles loopt. In de plaats van in een kelder paketten te zitten maken laden we gewoon alles in de camionette en rijden we ermee naar Brussel en daar neemt iedereen zijn deel. Zo hebben we wekelijks een permanentie van 3 uur lang en op die tijd kan je heel wat vertellen: we geven uitleg over de groenten, we wisselen receptjes uit. Op die 3 uur kunnen we ook echt een diepgaand gesprek voeren, waarin we ook dingen kunnen meegeven zoals ‘wat is biologisch-dynamisch’, vooral met de mensen die mee de permanentie doen. We krijgen ook wel vaak vragen over het verschil tussen bio-dynamisch en bio. Dat is echt leuk. Het is een manier van werken die me heel erg bevalt.

Hoe leg je precies die verschillen uit?

Ik concentreer me dan op een aantal peilers: bodemvruchtbaarheid en bodemleven, dat is een insteek die duidelijk over te brengen is en die ook heel belangrijk is binnen bio-dynamisch boeren, samen met bedrijfsindividualiteit. Voor mensen die een aversie hebben voor minder tastbare zaken kunnen we zoiets heel duidelijk brengen. Met mensen die daar meer voor openstaan kunnen we natuurlijk veel dieper daarop ingaan. Maar het is niet zo dat je het bio-dynamisch verhaal alleen maar kwijt kunt aan mensen die spirituele interesses hebben.

Ook binnen de Vroente zijn we sterk in de richting van bio-dynamisch bezig, maar zonder een dogmatisch biologisch-dynamisch of antroposofisch karakter . Ik heb altijd problemen gehad met het dweperige met de geschriften van Steiner, die in mijn ogen maken dat bio-dynamisch vaak helemaal niet meer dynamisch is maar wel een heel strakke manier van werken. Vandaar dat ik een hele tijd een afkeer heb gehad van bio-dynamisch boeren. Toen merkte ik dat mijn eigen principes heel dicht bij BD aanleunden, veel dichter dan bij gelijk welk ander concept. Veel dichter dan bij puur biologisch, wat voor mij meer een negatief verhaal is: GEEN kunstmest, GEEN pesticiden. Biologisch vandaag is voor mij vooral een anti-stelling, een verhaal van ‘zo niet en zo niet en zo niet’. Ook de meeste consumenten beschouwen bio op die manier, bio is voor hen ‘niet spuiten’. Het niet gebruiken van kunstmest speelt voor hen een veel kleinere rol, terwijl in mijn gedacht het niet gebruiken van kunstmest veel belangrijker is om bio te zijn dan het niet spuiten, hoezeer ik ook tegen al dat vergif ben.

En de mensen van GASAP?

De mensen van GASAP zelf, van de beweging, beseffen ook dat bio veel meer moet zijn dan gewoon onbespoten, maar niet iedereen die in een klantengroep zit denkt daar zo over. Als je er niet over praat willen zij ook gewoon onbespoten groenten. Maar door het feit dat we wekelijks met een aantal mensen een paar uur samenzitten kan ik dat verhaal echt wel brengen.

Kan je wat vertellen over de geschiedenis van Ourobouros? Waar ben je mee begonnen?

Dat is intussen al enige jaren geleden. Het beginjaar is moeilijk te zeggen, vanaf wanneer ben je boer he? In elk geval ben ik meteen na de opleiding bij Landwijzer begonnen met zelf dingen te doen, te telen. In het begin was dat vrij moeilijk. Ik had een paar stukjes grond in Elene die ik mocht gebruiken van iemand. Dat ging toen over 15 of 20 are, minuscuul in vergelijking met wat het nu is. De eerste jaren zaten we ergens op de grens tussen moestuin en boerderij. De oogst verkochten we vooral aan vrienden en kennissen. We stuurden een mailtje met wat er beschikbaar was en de prijs erbij, die we bij benadering bepaalden door te kijken naar de prijzen van de groothandel. Met de opbrengsten kon ik een beetje investeren, in een rolschoffel bijvoorbeeld. Op een bepaald moment kregen we een echte vaste klant: een natuureethuisje in Merelbeke. Via de eigenares konden we een deel van een bouwvallige serre in Merelbeke gebruiken, waardoor we ook tomaten enzo konden gaan telen. We hadden daar voldoende water en dankzij een timer kon ik daar automatisch beregenen. We begonnen toen stilaan te groeien en konden ook meer beginnen investeren: we hebben toen een remorque en een motoculteur gekocht. Het was toen wel een heel gedoe en veel gerij van hier naar ginder, de combinatie van die verschillende percelen was niet altijd eenvoudig.

Door een samenloop van omstandigheden, onder andere het afspringen van een kans om een boerderij met 2 hectaren grond te huren, zijn zowel mijn ouders als ik wakker geschud: ik had wel grond waarop ik kon telen, maar helemaal geen zekerheid. Dan hebben mijn ouders een deel geld geschonken en me een deel geleend, daarmee hebben we het stuk in Dikkele kunnen kopen. In het eerste jaar beteelden we enkel een klein stukje, 50 are, de rest was nog in gebruik door Jan Van Overbeke, die het perceel al enkelen jaren in pacht had. In dat eerste jaar hebben we meteen de eerste fruitbomen aangeplant, de haag, en een stukje fijne groenten. In dat eerste jaar is ook Sofie, mijn eerste Landwijzer stagiaire, mee komen helpen. Toen de volle 5 hectaren vrij kwamen besefte ik dat die ciderappelbomen beter ergens anders hadden gestaan, maar dat eerste jaar hier in Dikkele kon echt niet snel genoeg gaan, wij snakten daar enorm naar. En toen het uiteindelijk zover was, dat we dat stuk helemaal konden gebruiken, dan was het bijna teveel, wij konden dat toen niet bevatten, heel dat land. Moest er nú nog een stuk kunnen bijkomen zou ik heel blij zijn natuurlijk.

Hoe zijn jullie dan verder gegroeid?

Er was een Oost-Vlaamse bio-boerengroep. Als ik kon ging ik naar vergaderingen van de biosector en ik heb daar Antoine De Paepe beter leren kennen. Ik heb veel aan Antoine zijn mouw getrokken om me ook bij die groep te kunnen aansluiten maar doordat het niet goed liep in die groep bleef Antoine maar zeggen dat het niet het juiste moment was. De Oost-Vlaamse bio-boerengroep is uiteengevallen en toen is De Vroente uit de grond gestampt. Na een jaar of twee kwam de uitnodiging van Antoine om Ourobouros mee op te nemen in De Vroente. Stilletjesaan konden we meer gaan investeren en beetje bij beetje groeien. Maar toch bleef het altijd zoeken: plots moesten we toch wel 100 stuks van een bepaald gewas kunnen leveren. Als de kwaliteit wat tegenviel waren we toch blij dat we iets hadden en wouden we dat ook verkopen. Het was een zoektocht naar betere teelttechnieken, naar hogere kwaliteitseisen. Van in het begin kozen we ook voor zaadvaste rassen en geen hybriden, uit principe.

Was je toen ook al met veredeling bezig?

Veredeling niet echt, wel een beetje vermeerdering, we hielden wat zaden bij in het begin. De goesting om met veredeling bezig te zijn was er toen zeker wel al. In de opleiding van Landwijzer hebben we er toen niet zo heel veel over gezien. Nu komt dat aspect veel meer aan bod vergeleken met toen. Wij hadden daar misschien een voormiddag les over gehad maar dat gaf meteen wel een waw-gevoel. Vanaf toen zat dat in mijn hoofd dat ik daar iets mee wou doen.

Hoe is het toen verder gegaan?

David is er toen bijgekomen; hij wou graag marktverkoop doen. Toen Filip Claes, een Landwijzer-klasgenoot, besloot naar Frankrijk te emigeren en daar een boerderij te kopen, hebben David en ik zijn twee markten in Brussel overgenomen. Een belangrijke voorwaarde om die markten te kunnen doen was wel dat wie op de markt stond ook zelf teler was, Filip zijn cliënteel was dat zo gewoon. En dus zijn David en ik samen gaan telen en markten gaan doen in Brussel. Vanaf dan was het probleem van de moeilijke afzet van de baan, eerder hoe we zoveel mogelijk van wat we konden verkopen zelf konden telen, zodat we zo weinig mogelijk moesten inkopen buiten de Vroente! Vanaf toen zijn we echt beginnen groeien en ontwikkelen.

Aan hoeveel teelten zitten jullie nu ongeveer?

We zitten nu rond de 30 à 40 teelten op een jaar. Dat is ongeveer gelijk gebleven in al die jaren, er zijn wat dingen bijgekomen en wat dingen afgegaan. De volumes zijn wel sterk gegroeid, en bijna ieder jaar proberen we wel iets nieuws: soms een schot in de roos zoals de Cavolo nero (palmkool), Catalogna (een chicorei) en de Radichetta-sla, maar soms ook gewassen die minder aanslaan zoals Haverwortel

Hoe is de samenwerking met David verder gegaan?

We hebben 3 jaar samengewerkt en het bedrijf verder doen groeien, mee met de Vroente. De samenwerking liep niet altijd van een leien dakje, vooral op gebied van communicatie was dat soms moeilijk. Op een bepaald moment kwamen er dan spanningen en vorig jaar heeft David beslist om te stoppen met telen en alleen nog de markten te doen. We hebben toen een heel intensieve periode van externe coaching gehad onder begeleiding van Geert Iserbyt. Samen hebben we een uitstapregeling uitgewerkt én een verdere samenwerkingsovereenkomst voor 1 jaar als overbruggingsperiode. Dat heeft heel veel energie van me gevergd, ik heb dit jaar moeten worstelen om alleen te doen wat we normaal met twee deden, maar nu is de overgangsperiode bijna afgelopen en tegen januari zullen we helemaal losgeweekt zijn van elkaar. We blijven natuurlijk nog handelen met elkaar als collega’s, David neemt nog altijd producten van ons af en behoudt een van de twee markten in Brussel, ik doe de andere verder.

Ik ben altijd heel erg voor samenwerking geweest. Door deze ervaring weet ik nu veel beter wat de belangrijke punten zijn: communicatie is van het grootste belang. En vooral: als je begint te merken dat er spanningen onstaan dan moet je je direct laten bijstaan met coaching, om het tot op het bot op te lossen.

Nog even over Landwijzer... Waarom ben je eigenlijk aan de opleiding begonnen? Met welk doel?

Ik wou eigenlijk al lang iets doen met telen. Ik had al over Landwijzer gehoord maar door mijn job kon ik de opleiding niet volgen. Het enige dat ik kon volgen waren cursussen à la Velt. Ik had wel al wat ervaring in de moestuin en die cursussen van Velt boden niet echt veel perspectief meer. Toen mijn contract niet verlengd werd, kon ik met de opleiding van Landwijzer beginnen, met de bedoeling om zelf iets op te starten. We waren in dat jaar trouwens met veel die met die bedoeling aan de opleiding gestart waren. Filip Claes was erbij, Bert en Geertje hebben nu zelf ook een boerderij, Didier op de Lochting is ook boer geworden. Pol Hanssens heeft zijn tweede jaar niet eens afgemaakt omdat hij zelf al begonnen was met een groenteteeltbedrijf. Wij waren zeer veeleisend naar de opleiding toe, zowel naar de lessen als naar de coördinatie toe. Doordat we met een pak heel gemotiveerde mensen samen zaten hebben we dubbel zoveel uit de opleiding gehaald.

Wat heb je er eigenlijk allemaal uitgehaald?

Een hele hoop basisvaardigheden en basiskennis. De échte ervaring komt eigenlijk pas als je er met je twee voeten instaat, als het je eigen zaak is. Al de dingen die je leert tijdens de opleiding draag je wel mee en zorgen dat je weinig stommigheden uithaalt, of toch veel minder dan het geval zou zijn zonder de opleiding. Je hebt echt een stevige basis om op terug te vallen. Maar je mag er niet aan beginnen met het idee dat je er als volleerde boer uitkomt.

Kon je al die informatie opslorpen?

Ik had daar niet zo heel veel problemen mee. Het theoretisch gedeelte van de ADLO opleiding, de A- en B-cursus, dat was wel een dikke brok. Massa’s informatie, en dan examen daarover. Ik vond dat wel allemaal heel interessant. We hadden gelukkig een paar heel goeie leraars. Dat Koen Dhoore de overstap maakte van het VAC naar Landwijzer, was echt wel een godsgeschenk voor Landwijzer. De saaiste materie werd door hem op een frisse manier gegeven en op die manier werd het bevattelijk, hij gaf die materie handvaten. Ik ben heel blij dat we die lessen bedrijfsbeheer gehad hebben en ik heb daar toch wel veel aan gehad. Het examen was daardoor eigenlijk niet zo moeilijk vond ik. Ik was ook wel gewend om te studeren, plus, als het je interesseert en als je weet dat je het nodig gaat hebben gaat dat veel makkelijker binnen.

Heb je tips voor huidige Landwijzer cursisten?

Vooral voor mensen die aan de opleiding beginnen: wees heel kritisch in de keuze van je stagebedrijf, zeker in je tweede jaar. Kies een topbedrijf.

Wat versta je onder een topbedrijf?

Mensen met ervaring en met visie. Vaak mensen die er al lang inzitten en begeesterd zijn, van het ding dat ze doen, van kwaliteit. Ook al zijn ze geen bio-dynamisch bedrijf maar daar toch wel interesse in hebben. Het is ook niet altijd het bedrijf dat het makkelijkst bereikbaar is.

Ik heb niet echt een topbedrijf gekozen, en ondanks dat ik geen spijt heb van mijn keuzes van toen, achteraf bekeken weet ik dat ik er veel meer had kunnen uithalen. Uiteindelijk zijn het twee heel intensieve jaren en je moet er echt wel zoveel mogelijk uithalen.

Ik zou nu wel weten naar welk bedrijf ik zou willen gegaan zijn: ik zou bijv. naar Het Zilverleen (Jean-Pierre Mouton) gaan. Het is akkerbouwmatig groentenbedrijf en die man heeft een onwaarschijnlijke teeltkennis en een heel hoge kwaliteitsstandaard. Dat merken we als we producten aankopen van hem via de groothandel, het is altijd tip top in orde, zowel wat betreft de smaak als het uitzicht. Ik denk dat ik van die man nog wel wat zou kunnen leren. Er zijn zo nog bedrijven, zoals Akelei.

Hoe is je ervaring als stageboer?

Als ik de reacties hoor van collega’s op hun stagiaires denk ik dat ik altijd al heel veel geluk heb gehad. Als je een stagiaire beschouwt als iemand die je gewoon komt meehelpen om veel werk te verzetten dan kan het wel hard tegenvallen, want niet iedereen die komt is een harde werker. Maar meestal zijn stagairs mensen die ook wel bepaalde inzichten hebben, of mensen die zoekende zijn. En als je het werk even kan loslaten en kijken wie je op je bedrijf hebt, dan besef je dat je van iedereen wat kan leren en iedereen van jou wat kan leren. Als je kijkt waar je wederzijdse interesses liggen dan kan je moeilijk een ongeschikte stagiaire hebben. Ik heb eigenlijk altijd al positieve ervaringen gehad.

Sarah Bulckens

Aankondigingen

Open aanbod mechanisatie op 7/12/2011  

Nico Vandevannet (boer op de Levende aarde) neemt je die dag op sleeptouw doorheen de Agribex-landbouwbeurs. Hij zal er focussen op mechanisatie en onderhoud van landbouwwerktuigen. Naar eigen zeggen zal hij nog tijd tekort hebben om alles te vertellen tijdens de voorziene tijd.

Wanneer?

Woensdag 7 december van 10.00 t/m 17.00 uur

Waar?

Agribex - Brusselse Expo (www.agribex.be/nl/praktische-info/bereikbaarheid)

Bijdrage:

De toegang tot de beurs kost 8,5 euro wanneer je op voorhand een ticket besteld. Dit kun je doen op www.agribex.be/nl/ticketing. Aan de deur kosten de tickets 4 euro meer.

Meer info:

Verplicht inschrijven via of 0492/87 72 94.
We spreken af om 10u aan de ingang van de beurs (buiten) die grenst aan het metrostation Heizel. Bedoeling is dat iedereen blijft tot 17.00 uur. Indien dit niet mogelijk is, gelieve dan op voorhand te verwittigen.

Vacature

Vrijwilliger voor  Landwijzer-bibliotheek

We zijn op zoek naar een vrijwilliger die onze bibliotheek wil helpen verder uitbouwen en op punt stellen, in overleg met en onder begeleiding van één van onze medewerkers.

Profiel:

  • Je hebt belangstelling in biologische en biologisch-dynamische landbouw en je komt graag in contact met boeken en publicaties daarover.
  • Je kan vlot (leren) werken met een digitaal databestand (FileMaker Pro 11). 
  • Je bent bereid om een langdurig engagement aan te gaan (minimum 6 maanden tot 1 jaar) voor een halve dag per week of 1 dag om de 14 dagen.    

Je taken:

  • nieuwe boeken opzoeken, bestellen, rubriceren, etiketteren en plastificeren
  • digitaal bibliotheekbestand verder op punt zetten (o.a. dmv trefwoorden)
  • optimaal toegankelijk maken van de bibliotheek voor onze cursisten

Wat ontvang je in return?

  • kansen om bij te leren over biologische en biologisch-dynamische landbouw
  • vrijwilligersvergoeding

Interesse of meer info?

Contacteer Lies Couckuyt via of 03/281 56 00 (ma, di en do).