Lessen en excursies
De lesinhouden beslaan 3 vakgebieden: biologische teelttechniek, bedrijfsbeheer en achtergronden biologische en biologisch-dynamische landbouw. We werken samen met de best geïnformeerde lesgevers uit Vlaanderen en Nederland. Ook lesdagen op bio-bedrijven en bedrijfsbezoeken maken deel uit van het lesprogramma.
Biologische teelttechniek:
In deze lessen krijg je een brede basis van de belangrijkste teelttechnische aspecten in de biologische landbouw op het vlak van: bodem en bemesting, plantaardige productie (groenteteelt, akkerbouw, fruitteelt), dierlijke productie (koeien-geiten-schapen, varkens, kippen, bijen), mechanisatie, veredeling, gemengde bedrijfsvoering, kwaliteitszorg,…. De teelttechnische vakken beslaan in totaal ruim 1/2 van alle les- en excursiedagen.
Bedrijfsbeheer:
Een door de Vlaamse Overheid (Administratie Duurzame Landbouw-Ontwikkeling) erkende Starterscursus is verweven in het leertraject. Regelgeving, bedrijfseconomie en -management komen in dit onderdeel aan bod. Het beroep van land- of tuinbouwer is niet gebonden aan een vestigingswet; het behalen van het Installatieattest aan het eind van deze Starterscursus geeft wel toegang tot financiële ondersteuning vanuit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) bij start of overname van een bedrijf (- 40 jr) of bij investeringen, in het bijzonder voor biologische bedrijfsvoering. De vakken bedrijfsbeheer beslaan ong ¼ van de lesdagen.
Achtergronden:
Biologische en biologisch-dynamische landbouw omvatten meer dan teelttechniek en bedrijfseconomie. Ze worden gedragen door visies die verder reiken dan enkel de landbouw. Doorheen de opleiding maak je met deze achtergronden van de biologische en BD-landbouwbeweging kennis: o.a. historiek, uitgangspunten, grondhoudingen, basis biologisch-dynamische landbouw, afzetstrategieën, nieuwe eigendoms- en samenwerkingsvormen, associatieve economie, relatie bio-landbouw en biotechnologie, landbouw in wereldperspectief, landbouw en spiritualiteit…. De achtergrondsvakken beslaan ong ¼ van de lesdagen.
Stages
Het leren al doende, ín de beroepspraktijk, naast en met een ervaren boer (ervaringsdeskundige) als leermeester, is één van de belangrijkste peilers van onze opleiding. We geloven heel sterk in deze -reeds oude- vorm van het aanleren van een beroep als basis voor écht vakmanschap en het beheersen van niet enkel de techniek maar ook de ‘kunst’ van het beroep.
De stages, minimaal 180 dagen doorheen de opleiding, gaan door op ervaren biologische land- en tuinbouwbedrijven. We werken hiervoor samen met ervaren Vlaamse bio-boeren die bereid zijn langdurig stagiair(e)s op hun bedrijf te begeleiden én zichzelf in hun taak als praktijkopleider te bekwamen. We stellen geen lijst van stagebedrijven ter beschikking, maar geven gepast advies op maat. Een stagebedrijf wordt steeds gekozen in overleg met de opleidingscoördinator; daarna worden stageovereenkomsten opgemaakt.
Aangezien deze leerweg slechts 2 jaar duurt, is het van groot belang om zoveel mogelijk een volledig landbouwseizoen op hetzelfde bedrijf stage te lopen, zodat je zicht krijgt op het jaarverloop in de landbouw. Zo loop je doorheen de opleiding gemiddeld op 2 tot 3 bedrijven stage, soms nog aangevuld met een specifieke korte stage.
Formeel gezien zijn de stagedagen opgedeeld in 2 categorieën: minimum 120 dagen algemene stage en 60 dagen ADLO-stage. Deze laatste stage kadert in de Starterscursus die in het leertraject is geïntegreerd.
|