ContactWie zijn weFotogalerijWeblinks
Start
Opleiding
Korte Cursussen
Vorming op maat
Lopende Projecten
Agenda
Nieuws
Opiniestukken
Sponsoring
Meer weten

Nieuwsbrief

Wil je graag onze maandelijks nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief



Grondhoudingen en grondbeheer in de biolandbouw PDF Afdrukken E-mailadres
donderdag, 01 december 2011 00:00

Grondhoudingen en grondbeheer in de biologische landbouw

De beschikbaarheid van landbouwgrond is in Vlaanderen één van de nijpende problemen die de verdere groei van de biologische landbouw bemoeilijken. Rond het grondgebruik in de landbouw doen zich allerlei problemen voor: hoge prijzen, speculatie, druk vanuit andere grondgebruikers, moeilijke overdraagbaarheid, knelpunten in de wetgeving,… Wie alle landbouw-grond-problemen op een rijtje zet wordt er niet vrolijk van. In dergelijke omstandigheden is het goed om eens je uitgangspunten te herbekijken. Je kan immers doorgaans een moeilijk probleem niet oplossen vanuit het bewustzijn van waaruit het probleem is ontstaan.

Wat als we onze huidige gewoonte om landbouwgrond als privé-bezit te beschouwen eens in een ander daglicht plaatsen? In vroegere tijden en in andere culturen was/is landbouwgrond vaak geen privé-bezit. Juist door zo'n meer collectieve omgang met landbouwgrond als gemeengoed ontstaan mogelijkheden tot meer duurzaamheid. Biologische landbouw is gebaat bij een grondbeheer dat de individuele generaties bio-boeren overstijgt. Nu meer en meer Vlaamse bio-bedrijven van het eerste uur hun overgang maken naar de 2e generatie, is het aangewezen om hierover na te denken. Ook de start van het Bio-Grondfondsproject, waarin Landwijzer uitvoerende partner is, is een goede aanleiding. We putten inspiratie uit de visie op 6 mogelijke grondhoudingen in de relatie mens-natuur, die oorspronkelijk ontwikkeld is in de milieu-filosofie maar tevens bijzonder toepasbaar is op de landbouw.

De grondhoudingen-visie, ontwikkeld door de Nederlandse milieufilosofen Wim Zweers en Wouter Achterberg, onderscheidt 6 grondhoudingen. Het gaat daarbij over de relatie die de mens aangaat t.o.v. zijn/de natuurlijke omgeving. Deze visie kunnen we ook toepassen op de relatie mens-natuur in de landbouw en dat levert een boeiend kader waarin alle bestaande landbouwpraktijken zich laten situeren.

De 6 grondhoudingen vallen te verstaan als bewustzijnstoestanden die telkens ook ingebed zijn in een systeem van kennis, technologie, marktmechanismen, sociale verhoudingen en rechtsvormen. Onderstaand vat ik de 6 grondhoudingen kort samen en geef er meteen de kleur aan die ze krijgen in de landbouw met inbegrip van de houding t.o.v. het grondgebruik.

De grondhoudingen staan elk op zich voor een positie in het spanningsveld tussen mens en natuur. Ze vertrekken vanuit het dualisme van de mens die afgescheiden is van de natuur. 5 van de 6 grondhoudingen vormen in het spectrum mens-natuur een geleidelijke overgang van een hoofdzakelijk mensgerichte (antropocentrische) houding naar een sterk natuurgerichte (ecocentrische) houding. De 6e grondhouding overstijgt alle voorgaande en heft daarmee de dualiteit mens <–> natuur op.

Overzicht:

Dominator – Heerser – Rentmeester – Partner – Participant – Eenheid

De Dominator kent zichzelf de absolute beschikking over de natuur toe en plaatst zich in de rol van het hoogste gezag, de (her)schepper. Hij vertrekt daarbij in hoofdzaak van zijn eigen (collectief) belang en drang naar kennis & macht. Hij meet zich toe dat hij de natuur en de levende wezens, die er deel van uitmaken, naar eigen oordeel en behoefte kan benutten zonder zich zorgen te hoeven maken over de toekomst na hem. Niet enkel de benutbaarheid maar ook de identiteit zelf van levende organismen eigent hij zich toe dmv ingrepen in de aard van het leven zelf. Hij gelooft in de eindeloze mogelijkheden van zijn kennen en kunnen om eventuele ongunstige neveneffecten van zijn werkwijze voor zichzelf of voor de natuur te kunnen compenseren met nog meer ingrepen (technologie). Dominator-landbouw is hoogtechnologische, uitbuitende landbouw op basis van allerlei inputs van menselijke constructen: fysisch, chemisch, technisch en biotechnologisch. Op het vlak van grondgebruik in de landbouw kan de dominator vrij beschikken over de uitputbaarheid, de bestemming en de waarde van de bodem. Zo nodig -bij totale uitputting van de bodem- verlegt hij z'n terrein. De dominator denkt 1 generatie ver: z'n eigen tijdperk; hij pleegt roofbouw.

In de milieuvriendelijke variant kenmerkt dominator-landbouw zich door een systeem van hoogtechnologische ingrepen die kunnen leiden tot zogenaamd 'gesloten kringlopen' waarbij vervuilende stromen worden herbenut. Dit gebeurt echter niet vanuit het respecteren van de samenhang in het natuurlijk eco-systeem, maar vanuit een technologisch herschapen variant ervan, waarbij de macht en het 'kunnen' van de mens centraal staat. Meestal is het hele systeem toch afhankelijk van allerlei externe inputs. Afwentelingsmechanismen en het ontbreken van respect voor de integriteit van levensvormen blijven de (soms verborgen) eigenschappen van deze technologische eco-systemen.

De Heerser beslist autonoom over leven en dood in de natuur die hij beheerst en bezit. Hij is in principe geen verantwoording verschuldigd aan een hoger werelds gezag of aan de toekomst. Hij kan wel vanuit een eigen morele keuze grenzen stellen aan de mate waarin hij ingrijpt in de identiteit en integriteit van de natuur. Hij voelt niet zelden de behoefte om zijn heerschappij door te geven aan een (zelf gekozen) opvolger; zo handelt hij vaak in de lijn van een bepaalde 'dynastie', waardoor een vorm van continuïteit ontstaat. In de landbouw is dat bijv. de (evidente) opvolging van vader op zoon. Door die band met de toekomst is de heerser geneigd een zekere zorg te hanteren in z'n omgang met de natuur. Heerser-landbouw is te herkennen in de huidige gangbare (heersende) westerse landouw. Het is een sterk uitbatende landbouw die op allerlei vlakken enerzijds het leven en de groei forceert, anderzijds continu de uitwassen daarvan bestrijdt en doodt. Op het vlak van grondgebruik probeert de heerser de natuurlijke hulpbronnen niet helemaal uit te putten; hij denkt 2 generaties ver: z'n eigen tijd en die van z'n opvolger.

De Rentmeester 'leent' het goed dat hij beheert van een hoger gezag en is daaraan ten allen tijde verantwoording verschuldigd. Dat kan een werelds gezag zijn (bijv. als pachter) of een geestelijk gezag. De christelijke moraal bijv. schrijft de rentmeester-houding voor als de houding die de mens t.o.v. de natuur dient aan te nemen. De rentmeester weet dus dat hij geen eigenaar is van de natuurlijke hulpbronnen die hij beheert en dat hij ze na verloop van tijd met inbegrip van verantwoording dient terug te geven aan de 'eigenaar' of -bij uitbreiding- door te geven aan de toekomstige generaties. Rentmeester-landbouw is een verzorgende, bewarende landbouw die tevens het voorzorgsprincipe hanteert. De biologische landbouw past in deze stroom. Op het vlak van grondgebruik zal de rentmeester de bodemvruchtbaarheid in stand houden en het land minstens even goed aan z'n opvolger doorgeven als hij het gekregen heeft. De rentmeester denkt meerdere generaties ver en gaat bijgevolg uit van het principe van 'duurzaamheid'; dat wil hij zo mogelijk ook vertalen naar de beheer-structuur voor de grond.

De Partner stelt zich niet langer boven de natuur, maar ernaast. Mens en natuur gaan samen een relatie aan en werken samen. Geen enkele relatie blijft duren zonder dat eraan gewerkt wordt. In een relatie is het dus geen kwestie van behouden en bewaren, maar juist van samen ontwikkelen, samen kwalitatief groeien vanuit wederzijdse afhankelijkheid, wederzijdse zorg, co-creatie. Een relatie wordt des te sterker naarmate beide partners beschikken over zelfkennis en identiteit. Partner-landbouw is bijgevolg ontwikkelingslandbouw en identiteitslandbouw. Deze landbouw vertrekt vanuit de integriteit van de partner (de natuur) en een groot respect voor elke levensvorm. Begrippen uit de biologisch-dynamische landbouw (bedrijfsindividualiteit, de relatie tussen bedrijfsontwikkeling en beroepsontwikkeling,...) passen in dit bewustzijn. Op het vlak van grondgebruik wil de partner de bodemvruchtbaarheid en de identiteit van bodem en bedrijf steeds verder ontwikkelen. Hij denkt vele generaties ver en wil ook het zeggenschap over grond en bedrijf in een continue en overdraagbare structuur onderbrengen, graag tevens in partnerschap met betrokken consumenten.

De Participant ziet zichzelf als een deel van de natuur. Hij ziet z'n taak t.o.v. de natuur in hoofdzaak als een dienstbare rol. De natuur draagt in vele opzichten wijsheid in zich en geeft het voorbeeld. De landbouw dient te worden vorm gegeven op basis daarvan: zo natuur-getrouw mogelijk (mengteelten, bodembedekking, focus op ontwerp,...). Het behoeden van de natuur is een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. Hij maakt principieel zo weinig mogelijk gebruik van techniek, technologie en fossiele brandstof. De stroom van de permacultuur past in dit bewustzijn. Op het vlak van grondbeheer wil de participant geen centraal geregelde vormen van eigendom of zeggenschap, maar lokaal en collectief grondgebruik gericht op plaatselijke zelfvoorziening. De participant richt zich op een zeer lange termijn en wil permanente vruchtbaarheid ondersteunen.

Dit zijn de 5 grondhoudingen die vertrekken van het spanningsveld tussen mens en natuur. De 6e grondhouding gaat terug naar / loopt vooruit op de situatie waarin de mens zich nog niet / niet meer afgescheiden voelt van de natuur, maar er zich één mee voelt en weet.

In het Eenheids-bewustzijn is de mens in de natuur en de natuur is in de mens. Beiden voelen elkaar aan; er is geen sprake van een (af)scheiding. De mens voelt aan wat hij van de natuur kan nemen en wat hij haar dient te laten. Hij verstoort geen evenwichten. Dit bewustzijn is voor ons, westerse mensen, moeilijk in te voelen. Het doet denken aan de grondhouding van indianen en aboriginals. Vormen van landbouw -het in cultuur brengen van de natuur- zijn hierbij niet noodzakelijk in gebruik op voorwaarde dat er een lage bevolkingsdichtheid is en bijgevolg een grote beschikbare ruimte en biodiversiteit. Zweers noemt dit het bewustzijn van de 'unio mystica' (de mystieke eenheid) en benadrukt hiermee het feit dat dit enkel mogelijk is vanuit een holistische visie. (*).

Grondhoudingen en grondbeheer

Bij de vraag welke nieuwe uitgangspunten we zouden kunnen hanteren voor een toekomstgericht grondbeheer in de biologische landbouw, lijkt het mij duidelijk dat minstens de rentmeesterhouding, maar bij voorkeur de partner-houding richtinggevend moeten zijn. Liefst zelfs zodanig dat er openheid blijft om verdere stappen te zetten in het bewustzijn én de feitelijke omgang met grond in de richting van een sterkere eenheidbeleving tussen mens en natuur. Door vormen te creëren waarin mensen opnieuw collectief verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het beheer van landbouwgronden, kunnen we hier mogelijkheden scheppen. Het feit dat in deze tijd van financiële crisis en bankencrisis ook her en der mensen op zoek zijn naar een duurzame en waardevaste belegging levert tevens een opportuniteit in deze transitie van privé-bezit naar gemeengoed voor landbouwgronden. Laten we hopen dat de partner-houding in de relatie van boeren en burgers t.o.v. het beheer van landbouwgrond in de komende jaren dermate toeneemt dat ook in ons land de ontwikkeling van een Bio-Grondfonds succesvol verloopt.

Aanvullende opmerkingen:

  • Je kan een mens/boer niet zomaar éénduidig voor heel zijn denken en handelen indelen in één van de 6 grondhoudingen. Vaak tonen we ons als mengvormen van deze grondhoudingen op diverse vlakken van ons bewustzijn en ons handelen. In die zin zijn bovenstaande beschrijvingen ideaal-typisch en moeten ze flexibel gehanteerd worden wanneer men ze wil gebruiken om concrete mensen of bedrijven te typeren.
  • Elke grondhouding heeft z'n waarde. We hoeven ze niet in te delen op een schaal van goed-beter-best of goed <-> slecht. In bepaalde omstandigheden in de landbouw kan het nodig zijn om dominant te werk te gaan; in andere omstandigheden is een streven naar eenheid gewenst. Het lijkt me belangrijk dat we in deze tijd in onze landbouw streven naar een zwaartepunt in ons bewustzijn bij de middelste grondhoudingen (rentmeester – partner) en de andere als instrument of inspiratie inzetten waar nodig of mogelijk.

Geert Iserbyt
december 2011