Biologische landbouw is een landbouwsysteem dat de samenhang tussen plant, dier, mens en omgeving voorop stelt. Bodemvruchtbaarheid, milieu en dierenwelzijn staan daarbij centraal.
Basisprincipes
Basisprincipes zijn een ruime vruchtwisseling, het gebruik van groenbemesters en organische meststoffen. Ziekten en plagen worden bestreden door een combinatie van maatregelen zoals een passende vruchtwisseling, de keuze van geschikte rassen, mechanische maatregelen en natuurlijke bestrijdingsmiddelen.
In de biologische veehouderij ligt de nadruk op het soortspecifieke gedrag van de dieren. Daarvoor moet de boer huisvesting, fokkerij, voeding en verzorging aanpassen. De biologische telers proberen ook zelf zoveel mogelijk in te staan voor de afzet van hun producten. Op die manier willen ze de afstand tussen producent en consument zo klein mogelijk houden.
Uitgangspunten biologische landbouw
Biologische productie betekent duurzame productie. Dat wil zeggen voldoen aan de normen die de samenleving naar verwachting in de toekomst zal stellen op het gebied van
- productkwaliteit
- milieu
- dierenwelzijn
- economie
- arbeidsomstandigheden
De methode is gebaseerd op de volgende intenties:
- voldoende voedingsmiddelen produceren die voedingsfysiologisch hoogwaardig zijn, zonder residu`s van stoffen die de gezondheid van mens en dier kunnen schaden;
- een optimale bodemvruchtbaarheid behouden of herstellen;
- natuur en landschap behouden of herstellen;
- genetische diversiteit behouden;
- handelingen vermijden die het milieu belasten of tot verarming daarvan leiden;
- zo weinig mogelijk eindige grondstoffen gebruiken;
- een veelzijdige bedrijfsstructuur uitbouwen met mogelijk een gesloten kringloop;
- landbouwhuisdieren houden zo dat ze hun belangrijkste soorteigen gedragingen kunnen uiten.
Meerwaarde voor het milieu
De sleutelwoorden van de biologische bedrijfsvoering zijn bodemvruchtbaarheid, preventie en natuurlijke evenwichten. Dat leidt onder meer tot de volgende voordelen voor het agrarisch productiemilieu:
- door grondverbonden mestbeheer zijn mestoverschotten per definitie onmogelijk
- de bioboer gaat efficiënter om met stikstof
- de bioboer heeft meer aandacht voor dierenwelzijn en past geen genetisch gemodificeerde organismen toe
- ruimere teeltrotaties en respect voor natuur zorgen voor een diversificatie van het landschap
Sociale meerwaarde
Daarnaast biedt biologische landbouw een sociale meerwaarde:
- verkorte afstand tussen consument en producent
- minder import van nitriënten en geen verstoring Noord-Zuidrelaties
- geen bijkomende milieukosten voor de gemeenschap
- meer werkgelegenheid en kansen voor plattelandsontwikkeling
Gesloten kringloop
vanuit die principes streeft biolandbouw naar een gesloten kringloop. In het landbouwsysteem zijn twee kringlopen te herkennen telkens met een opbouw-, afbraak- en mineralisatiegedeelte. De eerste kringloop gaat van plantaardige productie via veevoer en dier naar de bodem en dan terug naar plantaardige productie. De tweede kringloop gaat van plantaardige productie direct of via gewasresten en composthoop naar de bodem en weer terug naar plantaardige productie. Op een bedrijf zonder vee vindt alleen de tweede kringloop plaats, terwijl op een gemengd bedrijf beide kringlopen voorkomen.
Op het bedrijf...
Het biologische bedrijf is bij uitstek een gemengd bedrijf. De mineralenkringloop wordt zo gesloten mogelijk gehouden. Dat wil zeggen dat steeds een sluitende relatie bestaat tussen de voederbehoefte enerzijds en de mestproductie anderzijds. Op het gesloten bedrijf is een boer minder afhankelijk van externe (f)actoren en produceert en verwerkt hij zijn veevoeders en mest zoveel mogelijk zelf. Als dat niet haalbaar is op één bedrijf, kunnen een aantal bedrijven regionaal als een gesloten bedrijf functioneren.
En daarbuiten...
Ideaal zou ook de grote kringloop gesloten zijn; de kringloop die het landbouwbedrijf overstijgt en de consument omvat. Uit de basisprincipes van de biologische landbouw volgt de wens dat alle rest- en mestafval van de landbouwproducten opnieuw op het landbouwbedrijf terechtkomt. Momenteel belandt zeer veel afval nog in de riolering of op vuilnisbelten. Dat uit zich bovendien wereldwijd. De situatie in Vlaanderen is een sprekend voorbeeld: bijzonder veel veevoer wordt ingevoerd, waardoor hier een mestoverschot ontstaat. De mest komt dus niet terecht waar het gewas gekweekt wordt.
De wetgeving biologische landbouw geeft het compromis aan tussen ideaal en huidige haalbaarheid. Die evolueert daarom voortdurend naar de basisprincipes.
Voor het sluiten van de kringlopen stelt de biowetgeving onder meer dat bioboeren
grondgebonden moeten werken: ze mogen maximum zoveel vee houden als er mest nodig is voor de planten. Concreet is dat vertaald in maximum 2 GVE per hectare of 170 kg N uit dierlijke mest.
Nog meer informatie over biologische landbouw vind je in de brochure :
“Bio in vraag. Met antwoord !” die je kan bestellen bij Bioforum Vlaanderen (koepelorganisatie) of kan nalezen/downloaden in pdf-formaat op de Bioforum-website
![]() |
|