Opinie: Deregulering nieuwe GGO’s

Naar aanleiding van een debat binnen Voedsel Anders Vlaanderen rond het gebruik van GGO's in de biolandbouw, kroop Greet Lambrecht in haar pen.
Als boerin op Akelei en als bezielster van Vitale Rassen breekt ze een lans voor gezonde boerenlogica, autonomie van de boer en erkenning van een slimme natuur. 
We juichen toe dat we binnen Voedsel Anders een gemeenschappelijk standpunt hebben bereikt dat zich kant tegen het  gebruik van GGO's in de landbouw, met inbegrip van alle nieuwe gentechnologische ontwikkelingen zoals crispr-cas en cripr-off. Rond die laatste technieken woedt momenteel binnen de Europese commissie een discussie rond het dereguleren van deze praktijken.


De slagzin van WERVEL, zo vele jaren geleden gelanceerd, is meer dan ooit actueel: ‘Denk globaal, eet lokaal’.

De wereldproblemen kunnen we als individuele burger niet oplossen. We kunnen er wel over nadenken. Maar oplossingen moeten we heel nabij zoeken en het liefst vertalen in concrete handelingen:

Wat het hongerprobleem betreft, zou dit kunnen zijn door lokale voedselstrategieën uit te werken en dit wereldwijd. Daarmee geven we de lokale boer de plaats terug als voedselleverancier en gaan we een levende verbinding met de plek aan. Dit zijn oplossingen die goed zijn voor iedereen, eenvoudig en vooral dichtbij. Geen oplossingen die complexiteit in de hand werken zoals GGO’s, maar wel die getuigen van gezonde boerenlogica.

Ook de volgende bijdrage over het al dan niet dereguleren van de nieuwe GGO’s berust op dezelfde logica. We hadden al onze bedenkingen bij de oude GGO’s en waren dan ook blij dat die aan strenge voorzorgsregels onderworpen werden. Nu dienen nieuwe GGO’s zich aan, sneller, preciezer en gemakkelijker om toe te passen. Het is een gerichte, eenzijdige en technologische oplossing die met één knip-en-plak handeling voor een heel specifiek probleem  een gerichte oplossing aanbiedt. Maar,  zo zit ons inziens de natuur niet in elkaar. In de natuur heersen de wetten van het organische, het verbindende; alle lagen van het leven zijn er  subtiel met elkaar verbonden. In  plaats van een technologische en geïnstrumentaliseerde benadering  vraagt dit respect voor een  systeem met een grote  complexiteit dat  ook een eigen ‘weten’ heeft.  We spreken van slimme technologie, wanneer zullen we erkennen dat er vooral ‘slimme’ natuur is. Als we ze niet isoleren, knippen, plakken, delen, maar in haar complexe interacties haar  werk laten doen. Dan worden we medestander van die slimme natuur. Veerkracht, weerbaarheid en vitaliteit zullen de vruchten zijn die we plukken van een landbouwsysteem dat  inzet op biodiversiteit. Misschien krijgen we minder hoge opbrengsten, maar we zetten wel in op opbrengstzekerheid, lukt één teelt minder, dan zijn er nog 59 andere die het wel goed doen.

Dit noemen we een natuurlijk maar vooral een robuust landbouwsysteem en dat begint bij het zorgen voor een gezonde bodem, met veel organisch restmateriaal, een overvloedig bodemleven en daarmee bouwen we al een stevige buffer op. Verder zetten we in op open bestoven of zaadvaste rassen, door hun brede genetische achtergrond zijn alle eigenschappen aanwezig om zich aan te passen aan lokale omstandigheden, aan onverwachte weersomstandigheden en zo bouwen we een tweede buffer op. De nodige technische hulpmiddelen  wenden we hier aan om teelttechnisch het gewas in de beste omstandigheden te houden en verder geven we vorm aan een natuurlijk landschapssysteem. Zo zetten we de nodige componenten in  om zowel droogte als een zeker mate van nattigheid op te vangen . Voor extreme weersomstandigheden buigen we het hoofd in nederigheid en boeren we de volgende dag verder. De oplossingen die ons aangeboden worden vanuit die ‘slimme’ technologie en de ons beloofde nieuwe GGO’s getuigen van een zekere arrogantie, een dominantie en vooral van manipulatie. De natuur zit zo niet in elkaar. Toch wordt in de communicatie daarover het begrip duurzaamheid in elke zin aangehaald en daardoor steeds verder uitgehold.

Graag neem ik jullie even mee naar het verhaal van BD boer Meino Smit die op 60-jarige leeftijd opnieuw naar de Universiteit van Wageningen trok en er in een doctoraatsstudie de ondertussen populaire term ‘duurzaamheid’ voor de landbouw cijfermatig onderzocht . Op basis van het klimaatakkoord van Parijs keek hij waar we in 2015 stonden met de landbouw in buurland Nederland. Toen keek hij naar hoe de landbouw er in 1950 uit zag en stelde zich vervolgens de vraag wat er moet gebeuren om in 2040 klaar te staan om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te behalen . Verder keek hij naar wat we vroeger en nu in de landbouw stoppen als IN-put en wat er als OUT-put gerealiseerd wordt, dus de opbrengst. Hij kwam tot de vaststelling dat als je  1950 naast 2015 zet,  er voor een relatief kleine meeropbrengst van 12% aan productie 6  keer meer IN-put gebeurt. Hij keek niet alleen naar de directe kosten als zaaizaad, meststoffen, herbiciden enz, maar ook naar de indirecte kosten zoals grondstoffen om machines te maken en ook energie, zoals fossiele brandstof, die nodig is voor de tractor. Dit zijn reële kosten. En dan moest de vraag nog komen naar een duurzaam landbouwsysteem voor 2040. Het is de moeite om het zelf even na te lezen! Zie  https://edepot.wur.nl/449448

Dezelfde denkoefening kunnen we maken voor het thema veredeling, en wat voor soort veredeling we vandaag nodig hebben om de noden van morgen tegemoet te komen. Blijven we eenzijdig in technologische oplossingen zoeken, die al een heel grote IN-put van knowhow en financiële middelen naar zich toe haalden? Bieden de GGO’s en de nieuwe GGO’s echt de oplossingen die ze ons al zo lang beloven? Tot voor kort werd het voorbeeld van de  aardappelziekte phytophtora naar voor geschoven met het argument dat GGO-aardappelen de enige oplossing zouden zijn. Vandaag gebruiken we in de biolandbouw echter diverse Phytoptera-resitente aardappelrassen, die  door klassieke veredeling en in een participatieve werkvorm met boerenkwekers zijn ontstaan. Prof Edith Lammerts van Bueren deed hier baanbrekend werk.

Ik geef in deze context ook graag even het verhaal van de Mechelse Blauwgroene Winterprei mee. De oorspronkelijke selectie was een streekras dat  we op Akelei  al 35 jaar telen en selecteren en waarbij we in de populatie grote stappen zien rond ziektetolerantie. We spreken hier van tolerantie omdat er een lichte aantasting van ziekte kan aanwezig zijn, terwijl het duidelijk te zien is dat de plant er mee kan omgaan. De laatste jaren zetten de onderzoekers van het Proefcentrum St-Kathelijne-Waver hun plakvallen uit op ons preiveld. Twee keer per week wordt gecontroleerd en we krijgen dikwijls de opmerking dat onze prei zo gezond staat terwijl in de buurt wekelijks gespoten wordt tegen allerlei ziekten en wij niets doen. Hopelijk mogen nog veel gewassen en rassen dezelfde weg opgaan als deze Mechelse prei!

Om even terug te komen op de Green Deal en de Farm to Fork strategie die vandaag op Europees niveau uitgerold wordt. Veilig en gezond voedsel voor elke Europese burger is een mooie ambitie en juichen we dan ook ten zeerste toe. De weg er naar toe is breed. Er wordt ingezet op biodiveristeit, agro-ecologie en biologische voedselproductie. En tegelijk wordt gezocht naar een plaats voor een technologische en ‘smart’ aanpak . Dan stelt zich de vraag of beide elkaar kunnen versterken, dan wel  of  het éne het andere tegenwerkt?

Als ik kijk naar het kleinschalig zaadinitiatief dat in april 2019 in het leven geroepen werd onder de naam Vitale Rassen en dat het thema zaadvermeerdering en veredeling op bedrijfsniveau in een zekere autonomie terug wil schenken aan de boer omdat dit de genetische diversiteit ten goede komt, dan maak ik mij zorgen. Onze twaalf boerenvermeerderaars zijn verspreid over heel Vlaanderen, en op dit ogenblik brengen we een 200-tal variëteiten op de markt. Dit zijn zowel groenten, kruiden als bloemen. En afhankelijk van het enthousiasme van onze boerenvermeerderaars kan dit aanbod  jaar na jaar groeien. Naast het feit dat alles uit eigen kracht, visie en missie ontsproten is en dat we dagelijks een geweldige warme respons mogen ervaren,  maken we ons ook zorgen. Grote zaadbedrijven als Bayer zijn geen ver-van-ons-bed verhaal, maar zijn ongelooflijk dichtbij. In de serres van onze naburige gemeenten worden hun rassen van wortelen, spinazie en sla door de tuinders vermeerderd. We zien het niet, maar het is er wel. Wat gebeurt er de dag dat er een wettelijke deregulering komt van de nieuwe GGO’s? Deze manipulaties zijn nadien niet meer te detecteren en daarmee verliezen we elke verdere opvolging en eventuele noodzakelijke bijsturing. Eénmaal losgelaten is het onomkeerbaar. Inzetten op voorzorg is hier dan ook meer dan ooit aan de orde.

Verder stellen we vast dat we met Vitale Rassen volop gecontroleerd en opgevolgd worden door de  Vlaamse Overheid en Voedselveiligheid. Formulieren moeten ingevuld, plantenpaspoorten aangemaakt, controle op het veld, controle op het zaad door middel van labo testen, inclusief onze beroemde PCR-testen, deze keer voor de tomaten.

En voor de nieuwe GGO’s als innovatieve en daarmee risicovolle technologie vraagt men deregulering? Hier moet voor 100% ingezet worden op veiligheid, maar nog meer op voorzichtigheid en voorzorg. Deregulering is uit den boze, in plaats daarvan is langdurig onderzoek nodig naar de gevolgen voor de gezondheid in het algemeen, de impact op de plant en evenzeer hoe zij zich zullen verhouden tot de natuurlijke (landbouw)omgeving.

In een webinar in het Duitse werkveld, waar het thema breed afgetoetst werd, kwam er vanuit de natuurbeweging een verontrustende inbreng. Want niet alleen op onze land- en tuinbouwgewassen kan/zal deze crispr-techniek toegepast worden maar deze wordt op alle domeinen van het leven uitgerold:  van ongelooflijk kleine micro-organismen, bacteriën, virussen, naar hoger georganiseerd leven, onze planten die ons voeden, maar ook dieren en uiteindelijkde mens.

Als we nu dereguleren en de snelle methode van knippen en plakken zet zich op alle domeinen van het leven door dan komen we in een mum van tijd in een nieuwe wereld van ‘redisigning’, het hertekenen van levende organismen. Wie zal tekenen en blijft dit voor het grote doel inclusief de natuur of voor geldgewin van weinigen onder het mom van het oplossen van honger, voedselverspilling en klimaatonzekerheid in de wereld? Moeten we niet dringend het gesprek aangaan rond ethische waarden en de gemeenschappelijke verantwoordelijkheidszin van allen!

Graag eindig ik met een pleidooi voor de ‘slimme ‘ natuur. Op het domein van de biologie wordt er al stevig op ingezet. Dit organisch,  systemisch denken hebben we nodig in een duurzaam landbouwsysteem. En het zet ons als mens op de juiste plaats, we zijn een klein deel van een veel groter geheel. Laten we dat groter geheel met zijn wetten, maar ook zijn schoonheid, kracht en weerbaarheid zijn werk doen? Daarom is inzetten op biodiversiteit, en daar hoort ook de genetische diversiteit bij, een krachtig antwoord op voedselzekerheid en dit  in harmonie met de hele planeet Aarde waarop we mogen wonen.

 

Greet Lambrecht - 17 maart 2022
Voor Vitale Rassen


Als vormings- en kenniscentrum voor de biologische landbouw vindt Landwijzer vzw het belangrijk om bij te dragen aan het maatschappelijk debat en om opinies te publiceren rond actuele thema’s en ontwikkelingen op het (raak)vlak van landbouw, natuur, milieu en voeding. Opinies die in de lijn liggen van de missie en visie van Landwijzer.
De auteur schrijft deze opinie in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud.
Deze opinie verwoordt de visie van de auteur en is geen weergave van de visie van Landwijzer vzw als geheel.
Reageren? Mag!
 Stuur je reactie/opinie naar: webmaster@landwijzer.be