Visie op duurzame landbouw
Wat is duurzaamheid?
Duurzaamheid betekent: vandaag in onze behoeften voorzien zonder de kansen van toekomstige generaties te ondermijnen. Dat principe werd in 1987 vastgelegd in het VN-rapport Our Common Future en vormt nog steeds de basis van duurzame ontwikkeling.
Vaak wordt duurzaamheid samengevat in drie pijlers – ecologisch, economisch en sociaal (People, Planet, Profit). Voor Landwijzer volstaat dat niet. Wie landbouw echt toekomstgericht wil organiseren, moet breder kijken. Daarom werken wij met vijf fundamentele pijlers voor duurzame en kwalitatieve landbouw.
De 5 pijlers van duurzame landbouw
1. Ecologisch
De ecologische pijler gaat over zorg voor bodem, biodiversiteit en gezonde kringlopen. We beperken de ecologische voetafdruk (energie, water, transport), integreren landbouw in natuur en landschap en streven naar samenhang in het agro-ecosysteem. Niet losse ingrepen, maar een systeem dat in evenwicht functioneert.
2. Economisch
Ecologie kan niet zonder een gezonde economie. Duurzame landbouw vraagt kostendekkende prijzen, transparante prijsvorming en eerlijke afspraken doorheen de keten. Vraag en aanbod worden afgestemd, verspilling wordt vermeden en handel vervult een bemiddelende rol. Ook de maatschappelijke meerwaarde van landbouw verdient erkenning.
3. Sociaal
Landbouw is mensenwerk. Deze pijler gaat over zinvolle en veilige tewerkstelling, een gezonde balans tussen gezin en bedrijf, en sterke banden tussen boer en gemeenschap. Denk aan korte keten, zorglandbouw, educatie en samenwerking tussen stad en platteland. Duurzaamheid betekent ook: landbouw op mensenmaat.
4. Juridisch
Landbouw werkt met grond, gebouwen en infrastructuur die generaties lang meegaan. Duurzame landbouw vraagt daarom ook aangepaste eigendoms- en samenwerkingsvormen. Nieuwe modellen van grondbeheer (zoals commons), vernieuwde regelgeving en participatieve garantiesystemen maken het mogelijk om landbouwkapitaal duurzaam door te geven zonder financiële roofbouw.
5. Visionair
Tot slot is er een overkoepelende visie nodig. De visionaire pijler vertrekt vanuit een systeem-ecologische en globaal-ecologische benadering: landbouw staat niet los van cultuur, ethiek en levensbeschouwing. Ze draagt zorg voor het leven in zijn geheel en plaatst productie in een bredere maatschappelijke context.
Gelaagdheid in de biologische landbouw
Geruime tijd geleden werd door het Nederlandse Louis Bolk Instituut, een gerenommeerd onderzoeksinstituut voor biologische en biodynamische landbouw, een onderzoek uitgevoerd naar de invulling en het belang van het begrip ‘natuurlijkheid’ in de biologische landbouw. Heel wat biologische boeren werden bevraagd naar hun persoonlijke invulling van het begrip 'natuurlijkheid', waarvan men algemeen aanneemt dat het een cruciaal kenmerk is van de biologische landbouwbeweging, namelijk het streven naar een landbouw die respect betoont voor natuurlijke processen. Vanuit dit onderzoek werd een drieledige gelaagdheid zichtbaar in de wijze waarop men in de biolandbouw natuurlijkheid, heelheid en samenhang invult.
Landbouw of agri-cultuur is hoe dan ook het in cultuur brengen van de natuur voor menselijke doeleinden. De landbouw kan dus nooit geheel natuurlijk zijn. Niettemin zijn er stromingen in de landbouw die toch zeer vergaand pogen om natuurlijke ecosystemen na te bootsen. Zij slagen erin om een hoge productiviteit per oppervlakte-eenheid te realiseren, maar worstelen anderzijds wel eens met de arbeidsefficiëntie van het systeem.
In deze gelaagde visie op de biologische landbouwbeweging beschouwen we vooral die systemen die in staat zijn om op professionele wijze (ecologisch, economisch, sociaal, juridisch en visionair) duurzaam en autonoom te functioneren.
En bovendien wordt in toenemende mate rekening gehouden met niet enkel de materiële, maar ook de immateriële aspecten van landbouw en voeding. Deze 3 lagen kunnen we als volgt omschrijven:
1. Laagdrempelige biolandbouw:
- de wettelijke minimumnormen van het EU bio-lastenboek als richtlijn,
- geen chemische middelen (kunstmest & bestrijdingsmiddelen),
- biologische teeltmaatregelen worden vaak gezien als vervanging van gangbare technieken (bijv mechanische of biologische bestrijding ipv chemische bestrijding),
- de ecologische principes worden hoofdzakelijk toegepast op teeltniveau.
2. De eco-systeembenadering:
- gebaseerd op kringlopen, samenhang, interactie en biodiversiteit vanuit een systeem-ecologische visie op mens en natuur die ook sociaal en economisch duurzaam is,
- de ecologische principes worden op bedrijfsniveau gerealiseerd,
- biobedrijven die dit nastreven creëren een biolandbouw met meerwaarden, bovenop de wettelijke minimumnormen.
3. De globaal-ecologische benadering:
- omgang met landbouw, voeding, landschap en de mens vanuit respect voor de integriteit van het leven en een holistisch geïnspireerd denken en handelen,
- in deze visie op biolandbouw maakt ethiek een essentieel onderdeel uit van de landbouwpraktijk en wordt de landbouw in de ruimste zin in de context van z’n hele omgeving geplaatst,
- de ecologische visie wordt hier naar een globaal niveau getild.
Deze drieledigheid vertaalt zich niet enkel in HOE biobedrijven produceren, maar vertaalt zich vaak ook in het soort consumenten, voor WIE het bedrijf teelt en de afzetkanalen waar die consumenten hun bioproducten kopen.
Aangezien de opeenvolgende lagen ook vrijwillige extra inspanningen met zich meebrengen, zijn zij ook enkel mogelijk mits een aangepaste prijsvorming en participatie van de consument. Daarom is het vaak zo dat globaal-ecologisch geïnspireerde bedrijven hun producten meer via de korte keten vermarkten en dat laagdrempelig werkende biobedrijven hun producten vaker via de lange keten afzetten.
Deze gelaagdheid wordt ook zichtbaar in de manier waarop de kwaliteit van de bedrijfsvoering wordt gecertificeerd, gecontroleerd en gecommuniceerd met de consument, dus in de labeling en controle.
Onze visie in de praktijk
Op basis van bovenstaande 5 duurzaamheidspijlers geven we invulling aan onze opleiding en vormingen voor de biologische en bio-dynamische landbouw. Zo verbinden we telkens de ecologische, economische en sociale aspecten van de praktijk op het biologisch landbouwbedrijf, met elkaar. Extra aandacht geven we bovendien aan de juridische en visionaire pijlers. Daarom hebben we aandacht voor nieuwe samenwerkingsvormen en eigendomsstructuren in de landbouw en bieden we ook de biodynamische visie aan, die vertrekt vanuit een holistisch mens- en wereldbeeld.
We erkennen daarbij ook de beschreven gelaagdheid in de biologische beweging en wekken bij onze cursisten bewustzijn voor de diversiteit in diepgang die daardoor ontstaat. Vanuit de brede maatschappelijke belangstelling voor biologische landbouw is daar nog weinig aandacht voor. We passen deze visie niet enkel toe in onze vormingsactiviteiten, maar ook in de bijdragen die we hebben geleverd aan de ontwikkeling van nieuwe initiatieven in de bio-beweging, bijvoorbeeld door actieve ondersteuning van de opstart van het CSA-Netwerk en De Landgenoten.
Visie op leren
De biologische landbouw is een levens- en ervaringswetenschap, waarin bedrijfseigen oplossingen en geïndividualiseerde systeem-ecologische samenhangen en kringlopen essentieel zijn. De bioboer is een ‘ervaringswetenschapper’ die vanuit de eigen verbondenheid met zijn bedrijfsgeheel voortdurend zelf kennis opdoet en daarnaar handelt.
De biologische landbouw kan je je dus enkel ten volle eigen maken door een organische vorm van leren: levendig en individueel ervaringsleren. We integreren deze visie op leren helemaal in onze beroepsopleiding biologische en biodynamische landbouw en laten ook de vormgeving van onze cursussen erdoor inspireren. We blijven onze visie ook steeds verder ontwikkelen.
Naast voeding voor het hoofd (de lessen) en oefening voor de handen (de stages) was de intervisie een streling voor het hart. De intervisie geeft ademruimte om te mogen tonen wie je bent en daardoor met nog meer moed en steun verder te gaan.
We lichten de voornaamste pijlers van onze visie toe en illustreren ze met uitspraken van onze cursisten:
Werkelijk leren, is iets ontwikkelen in jezelf
Je kan een mens niets leren, je kan hem enkel helpen het te herkennen/ontdekken in zichzelf, aldus Galileo Galilei. Werkelijk leren als volwassene is niet zozeer iets overnemen, maar veeleer iets ontwikkelen in jezelf (het je eigen maken). Dat vraagt een omslag van een antwoordcultuur (met kennisoverdracht als uitgangspunt), naar een vraagcultuur (Wat wil IK leren).
"Veel lesgevers hier zijn gespecialiseerd in ontdekkend of ervaringsgericht leren. Ze geven een aanzet, en laten je zelf zoeken. Het antwoord zit eigenlijk al in je, en zij weten het eruit te halen. Ik vind het een fantastische manier van lesgeven! Zo kan ik me beter focussen, en doordat ik zelf met het antwoord moet komen, vergeet ik het niet meer.”
Met hoofd, hart en handen
Als mens leer je pas volledig wanneer je denken, voelen én handelen betrokken zijn. Met hoofd, hart en handen. Dan verwerven we kennis, ervaring én verbinding.
“De eerste drie maanden van de opleiding gaan voornamelijk over de bodem en bodemvruchtbaarheid. Daardoor kreeg ik goesting om zelf een bodemprofielput te maken op m’n stagebedrijf en het te bekijken in de praktijk. Door deze opdracht uit m’n leerwegmap, hield ik vast wat ik geleerd had.”
Een niet eindigend proces, met verschillende fasen
Een leerproces bestaat uit verschillende fasen en elementen, en vaak heb je een eigen voorkeur voor één of meerdere aspecten en blijf je daarin wat hangen. Een leerproces is pas volledig wanneer je alle fasen hebt doorlopen en geïntegreerd. Leren eindigt nooit, steeds opnieuw dagen nieuwe leervragen en leerkansen op.
“Eén van de opdrachten draait rond ‘teeltopvolging’. Ik volgde de teelt veldsla op mijn stagebedrijf op en ben vaak gaan tellen en meten. En ik berekende hoeveel tijd er kruipt in oogsten, hoeveel kilo de opbrengst was enz. Met deze gegevens heb ik een kostprijsberekening van veldsla voor m’n stagebedrijf gemaakt.”
Leren van elkaar, leren aan elkaar
Zeker in een groepsopleiding of cursus, leer je van anderen. Je leert van docenten, praktijkopleiders, andere cursisten, en zij leren van jou. De zorg voor een gezonde groepsdynamiek is dan ook van groot belang, niet als doel, wel als middel.
“Door elkaar te leren kennen, leer je ook jezelf beter kennen. In het onderzoeken van andermans intervisievraag ontdek je wat je zelf wel en niet wil, hoe je het zelf wel of niet zou aanpakken en waar je zelf al dan niet waarde aan hecht.”
Met een grote openheid
Je stimuleert je eigen groei en ontwikkeling, door een grote openheid voor verschillende standpunten, zienswijzen, mogelijkheden, ervaringen, … Een grote openheid voor wat je kan ontdekken bij en door andere cursisten, op biologische bedrijven, voor wat de tijdsgeest vraagt en biedt, en voor wat naar je toekomt. Op basis daarvan kan je je (toekomst)visie eigen maken.
“Ik heb zelf een enorme boost aan energie gekregen door de intervisie: jezelf eens door de ogen van een ander bekijken, helpt je om te zien waar je zelf soms blind voor bent.”
“Je komt uit de opleiding met een andere kijk op de wereld. Soms lastig en confronterend maar ik had het voor geen geld van de wereld willen missen.”
Mens worden aan de landbouw, de landbouw vermenselijken
“Mens worden aan de landbouw, de landbouw vermenselijken” is het onderliggend adagium van Landwijzer. Enerzijds duidt het op de missie om de landbouw terug te brengen tot vitale, menselijke, duurzame en lokale verbindingen, anderzijds op de vele kansen tot menselijke ontwikkeling en verrijking die de landbouw als werkterrein biedt. Het beroepsmatig vaardig(er) worden in de landbouw, vormt de kern van de Landwijzer-opleiding en vorming, het aspect persoonlijke ontwikkeling ondersteunt dit.
"De intervisie over mijzelf gaf mij de gelegenheid om het bilan op te maken van wie ik ben, wat ik wil en hoe ik dat ga realiseren. De begeleiding schept een veilig en gestructureerd kader om jezelf kwetsbaar op te stellen. Heel veel hangt ook af van de groep en de groepsdynamiek. Dit heeft mij sterk geholpen om mijn project uit te werken.”
Inspiratiebronnen:
- U-theorie (“Presence”, Peter Senge, Otto Scharmer en Joseph Jaworski)
- De Grondhoudingen uit de milieufilosofie (Zweers e.a.), toegepast op kennis en leren
- New Adult Learning Mouvement (NALM)
- Lemniscaatbenadering (Francis Gastmans)
- De leercirkel (Kolb), Ervaringsleren
- De creatiespiraal (Marinus Knoope)