Tijdens het afstudeerfeest van cyclus 25 vroegen we bij Landwijzer aan Jen Nold van CSA De Witte Beek om een brief te schrijven aan de afstuderende boeren en boerinnen. Geniet hier (opnieuw) van haar woorden.
Landwijzer heeft me gevraagd of ik een brief voor jullie zou willen opstellen, een brief aan ‘jonge’ boeren die op het punt staan te starten van een ‘oude’ boer die op het punt staat te stoppen… Toch mooi… Ik sta diep in de herfst van mijn boer-zijn. Jullie in de prille lente van jullie boer-zijn. Zo blijft de cyclus verder draaien… ‘Cyclus’. Voor het eerste sta ik nu stil bij de woordkeuze van Landwijzer om de ‘lichtingen’ van studenten te beschrijven. ‘Cyclus’. Past dat niet helemaal bij het boer-zijn en het samenwerken met de natuur? Ik ben Jen. Op mijn 48ste ben ik aan de 11de cyclus van Landwijzer begonnen. Na het afstuderen heb ik op mijn 50ste CSA De Witte Beek in Bierbeek opgestart. … 3 jaar geleden heb ik mee Herpendalvallei opgestart… Ik wou mezelf even situeren voor de mensen die mij niet kennen, want een brief aan ‘een jonge boer’ zegt uiteraard even veel over ‘de oude boer’. ;-) Wat een vraag! Wat zou ik jullie na mijn 15 jaar als boer zijn willen of kunnen vertellen? Wat heb ik toch veel geleerd over die jaren. Op heel veel vlakken. Uiteraard veel over dat boer-zijn, maar evenzeer over mezelf en het leven. Jullie gaan dat ook meemaken. En pas door van alles mee te maken, stappen vooruit te zetten in dat boer-zijn. Mijn woorden nu zullen vermoedelijk niet veel verschil maken, maar kunnen misschien bij momenten even terug door je hoofd passeren als je met iets aan het worstelen bent. Want vergis je niet. Je zal veel worstelen in dat boer-zijn of boer-worden. “Boer-worden”. Hmm…. wanneer en hoe word je écht een boer? Wanneer heb ik mij écht boer gevoeld? Ik had al zicht op grond toen ik afstudeerde. Ik had al op ‘mijn’ 1,2 hectare Phacelia ingezaaid (waarvan de nacht na het inzaaien het meeste afspoelde door de ‘Pukkelpopstorm’). Ook twee bedden aardbeien al geplant (op een kromme lijn die mij jarenlang achtervolgt heeft vóór ik het eindelijk kon rechttrekken.
(Hoor je het al - het leren was al snel begonnen!) Ik had zelfs al een kleine gemeenschap rond het veld bijeen kunnen brengen om de eerste deelnemers te zijn van mijn toekomstige CSA. Toen mijn eerste lente begon had ik een ‘leentractor’ en een teeltplan. Ik had mijn BTW- en landbouwnummers al aangevraagd en mijn eerste zaden en planten besteld. Ik had een paar machines rondom mij verzameld op basis van wat ik op mijn stagebedrijven gezien had. (Waaronder een Stanhay 3-rijige zaaimachine waarmee ik heel fier 3 rijen van 75 meter radijzen vlot in een keer kon zaaien! Bleek veel te veel te zijn voor de 100-tal deelnemers die ik op dat moment had. ;-) Al snel werd het duidelijk dat die ‘leentractor’ het niet zou doen en werd het tijd om niet één maar 2 tractoren zelf te kopen (een International van 50 pk en een oude Farmall om mee te kunnen schoffelen). Ik denk dat dat het moment werd waar ik me ‘een echte boer’ begon te voelen. (Of misschien toen ik de eerste keer de verzamelaanvraag heb moeten invullen? ;-) En dan is het aan het rollen gegaan en nauwelijks gestopt… Intensieve groenten telen is …. heel intensief. Na 15 jaar ben ik wel goed moe. Mijn woorden voor jullie komen ook voort uit dat moe-zijn. Je zal hard moeten werken. Ik weet het nog, mijn eerste contact met Landwijzer was een Open Lesdag in 2009 op De Akelei. Johan D’Hulster vertelde op het einde van zijn verhaal - ‘Boer zijn is keihard werken… en de mooiste job ter wereld.’ Inderdaad. Startersenergie zal je in het begin heel ver brengen. En toch is het belangrijk om ook niet te werken. In mijn eerste jaar was dit niet evident. Wanneer moet je werken als boer? En hoeveel? Er was zeker werk genoeg om gewoon door te kunnen blijven werken. (In mijn eerste jaren heb ik tijdens de maand mei 7/7 gewerkt…) Ik huurde mijn grond van boer Jan - een ervaren akkerbouwer. Jan werkte 6 dagen op 7. Op zondag deed hij andere kleren en schoenen aan om - ook als hij over zijn erf wandelde - te signaleren dat zondag een rustdag was. Dat ritme heb ik dan ook overgenomen. We hebben als boeren ook rust nodig. Op een zondag. Of in de winter. Of…? De natuur toont ons hoe dit kan. Een diepe, stille winter om de krachten te kunnen bundelen voor het nieuw seizoen… Dit is ook zelfzorg en maakt het mogelijk om dit werk lang vol te kunnen houden… Hoe/ wanneer ga je ook tijd nemen om niet te werken? Ik heb veel van boer Jan geleerd ook al had ik dit in het begin niet verwacht van een gangbare boer. Hij was altijd nieuwsgierig naar wat ik aan het doen was en kwam graag kijken. Hij liet af en toe wat boeren-pareltjes vallen zoals toen hij mij uitlegde hoe hij besliste of het droog genoeg was om met zijn tractor op zijn akkers te rijden: ‘Ik kijk naar mijn oprit en als de top van de kluitjes daar beginnen op te drogen, dan kan ik rijden.’ Een moment voor mij dat ook bij dat boer-zijn hoort. Jan heeft ook mijn eerste onkruidbrander voor mij gemaakt. Hij was er ‘altijd nieuwsgierig naar’, hij heeft dingen voor mij gelast die kapotgingen, tips gegeven rond het gebruik van machines… Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn, maar laat je goed omringen, ook door gangbare boeren. Een stagiaire zei ooit: ‘iedereen heeft een Boer Jan nodig’. ;-)
Een van de mooiste cadeaus die Boer Jan mij ooit gegeven heeft, was toen ik hem verteld heb over iets dat mislukt was. ‘Och, mislukkingen… ik denk dat ongeveer 40% van wat ik probeer mislukt.’ Dat had ik helemaal niet verwacht van een ‘oude’ boer! Vergis je niet, die kon vloeken als de beste wanneer hij iets per vergissing kapot maakte, maar zijn woorden stelden me enorm gerust. Ook ervaren boeren maken mislukkingen mee, dus als mij dat gebeurt, ben ik geen slechte boer… Mislukkingen. Tja. Ondanks al je goede voorbereidingen zullen sommige plannen mislukken. Soms door fouten die je maakt. Of door dingen die je stuk maakt. Zoveel verhalen die ik hierbij zou kunnen vertellen… wortelen branden op een bed naast look bedekt met stro… bedden te vroeg in het jaar bewerkt wanneer de grond nog te nat was met als resultaat kluiten die ons heel het seizoen achtervolgd hebben… aardappelen ‘op het zicht’ uitgeplant waar tegen het einde nog maar een half bed overbleef om het laatste bed op te zetten. Zo moeilijk om op zo’n momenten mild te kunnen blijven voor jezelf. Maar zo belangrijk. Een van mijn lievelingsverhalen van toen ik nog Landwijzerstudente was, kwam tijdens een bezoek op het einde van de opleiding aan 2 jonge starters in Nederland, Maaike en Monique, die toen een jaartje bezig waren. Maaike vertelde over verschillende zaken die anders liepen dan gepland. ‘Als zoiets gebeurt, dan roepen we naar mekaar ‘EXPERIMENT!’’ Heerlijk! Zoveel te leren uit die ‘fouten’ als we ze als een ‘experiment’ kunnen beschouwen… (en het tegen iemand anders kunnen roepen!) En toch zullen er ook dingen gebeuren die niet voortvloeien uit een keuze of handeling die je gemaakt hebt. Boer-zijn is soms ook een confrontatie met machteloosheid. We hebben niet alles in de hand. Collega’s hebben hun prachtige juni-teelten zien vernietigd worden door hagel… Een late nachtvorst kan een heel seizoen fruit kapot maken. Er kan een kadaver in het hooi hebben gezeten waardoor veel te veel goede melkkoeien doodgaan. Het boerenleven kan soms keihard zijn. En toch krijgen we elk jaar een nieuwe kans. Het jaar na de vorst, geven de bomen een overvloedige oogst. De jonge kalfjes nemen de plaats in van hun moeders. De natuur is enorm veerkrachtig. De uitdaging ligt erin van onze eigen veerkracht daarbij te ontdekken. Wat hebben we wel of niet in de hand? Wat moeten we vasthouden of loslaten? Wat zijn de grenzen van onze daadkracht? Wanneer moeten we gewoon nederig zijn? Grote (levens)vragen. Ook dit hoort bij het boer-zijn. Hoe je hiermee zal (kunnen) omgaan is heel persoonlijk. Maar ik kom terug op het begin van mijn verhaal - laat je helpen. Blijf er niet alleen mee zitten. Afgelopen week zat ik samen met Wim, die sinds 2 jaar onze landbouwadministratie oppakt. (Wat een opluchting!!!) Ik heb met Wim over deze brief gesproken en hij had ook wat wijze woorden. (Wim is ook boer en komt in contact met veel boeren.) Durf je problemen uitspreken! … Je bent niet alleen…. Wie is mijn community? … Durf communiceren over hoe het écht is: ‘het was geen goed jaar voor mij’/ ‘voor mij ook niet’…
Wie is mijn community? Voor een CSA-boer is deze vraag misschien gemakkelijker. Maar als boer hebben we allemaal een community. Het begin hiervan ligt in je Landwijzer-contacten. Ik heb in het begin (en nog steeds) regelmatig contact gehad met mijn medestudenten, zoals Corazon van Grondsmaak. Je stageboeren horen hier ook bij, ik heb heel veel vragen gesteld aan Johan en Tom van Akelei en Het Open Veld doorheen de jaren. En eens ik begon te boeren kwamen er nieuwe mensen bij. Naast Boer Jan, ook Rudy van wie ik mijn eerste tractor heb gekocht. Dirk, ‘de tractorman’, bij wie ik een aantal tweedehandse machines heb gekocht. Raf de melkboer bij wie ik in de eerste week van mijn Landwijzeropleiding mest ben gaan halen en die dan al die jaren een warm contact is gebleven. In een van mijn eerste lentes kwam ik hem even tegen en zei ik dat ik aan het worstelen was met of ik al zou moeten/ mogen beginnen op mijn veld. ‘Wacht. De bodem is nog heel koud. Of je nu bieten zaait of over een maand, komt dat op hetzelfde uit. Wacht.’… En uiteraard horen er een aantal ‘supporters’ bij, zoals Bert, die mij in het begin in contact heeft gebracht met Boer Jan toen ik grond aan het zoeken was. En later mee de ‘chalet’ en afdaken op ons veld heeft gebouwd… Boer Jan gaat nu met pensioen en is verhuisd. Zijn zoon Jakob neemt over, werkt voor ons als plukkaarter, zal helpen met een nieuw composttoilet te maken… Ook daar de volgende cyclus. Wie is mijn community? Je zal ze nodig hebben. Ook al werk je alleen, je boert nooit alleen. En wat laatste woorden in deze brief die langer geworden is dan verwacht? Paniek? Maak een lijstje. En steek aub knielappen in je werkbroek.
Bedankt en succes!
Jen!