Begin september 2025, op zoek naar een stageplek. Dit jaar dicht bij huis, vertelde ik mezelf, om ook voor mijn 2 kinderen en vriendin van betekenis te kunnen zijn in de alledaagse va-et-vient. Ik speurde in een straal van een tiental kilometer rond Brussel, en bezocht de meeste bioboerderijen, veelal gekend bij Landwijzer. Eentje in het bijzonder trok mijn aandacht, al was het maar door de naam, “Salie & Apekool”, een nobele onbekende. Ik ging langs en boer Dimi bleek alvast enthousiast dat een Landwijzer-student de weg naar zijn boerderij had gevonden. Zelf komt hij niet uit het Landwijzernest, hij studeerde agro-biotechnologie en werkte lang als tuinaannemer. Tot Tom Troonbeeckx, van Boerencompanie, op den tv kwam en Dimi besliste, ‘een CSA boerderij, dat wil ik ook’! Dit jaar gaat de boerderij haar 5e seizoen in.
De boerderij ligt in een gehucht van Vilvoorde. Achter een huizenrij, tussen de graanvelden van gangbare boer Alain ligt ze verscholen. Een typisch Vlaams landschap ontbloot zich; plat, knotwilgen, een gemengd bos, achtertuinen met koterij en, akkoord, iets minder typisch, aan de horizon de uitgebeende koeltorens van de Asiat site langs de Zenne. Het veld ligt in verschillende blokken strak afwisselende rijen met veel variatie, in het hart een container met een met smaak ingerichte toog en een ecologische windgordel die als zenuw het erf in een zachte boog dooradert.
Na nog een aantal dagen proefstage op een andere boerderij besloot ik te gaan waar ik me het meest op mijn gemak voelde, het werd Salie en Apekool. De eerste 2 jaar werkte Dimi met zijn vrouw, dat liep goed, maar was ook pittig, samen opstarten, al direct een droog jaar, te veel werk voor te weinig handen, de neuzen soms in andere richting. Het derde seizoen kiest hij om alleen verder te doen. Nog steeds klinkt emotie door in zijn stem als hij praat over de beginjaren, en nog steeds zegt hij ‘wij’, wanneer hij hoofdzakelijk zichzelf bedoelt. Niet dat er geen hulp is, schoonvader, leden, een deeltijds medewerkster en nu zowaar een stagiair die de boer mee komen dragen.
Ik ben zelf 40 en heb 2 kinderen, Dimi ook 40 en net een kindje, dat schept een band. Meestal met twee baanden we ons een weg door de herfst, richting de winter. Het land bleef gul geven. De veldactiviteiten vielen wat stil en een grote werf kondigde zich aan voor de winter. Dimi wou alle irrigatie ondergronds. Hij huurde een kraan en we groeven greppels. Het was nat en koud, korte dagen, ploeteren in de modder. Het erf onderging een openhartoperatie, en ik vroeg me af, is dit het echt waard, en ook, zit ik hier nu echt als onbetaalde stagiair tot mijn knieën in de modder mijn kas af te draaien…
Maar de wonden genezen en elke werkdag voel ik dat het de moeite waard is. De irrigatie ondergronds, het ondergaan van de seizoenen, de stiltes, de gesprekken. Ik geef mezelf het cadeau van het leren, we werken hard en de tijd rekt zich uit op het veld. De vraag ‘hoe gaat het?’, of ‘hoe was je weekend?’ behoeft geen ontwijkend antwoord (goedenmetu) maar mag in alle rust lang uitgesponnen beantwoord worden. En wat ben ik dankbaar dat dat ook gebeurt. Boer Dimi toont zich langs zijn sterkste kanten – kennis, ervaring, overtuiging – maar durft ook zijn onzekerheid, twijfel en kwetsbaarheid tonen. Dat doe ik ook. Hij vraagt ook waarover de Landwijzer lessen gaan wat mij dwingt de inhoud van de vorige les samen te vatten, en terwijl ik mezelf dan bezig hoor, te beseffen dat er toch nog gaten in mijn hoofd zitten.
Zo staan we daar, te praten, te werken, te zwijgen en de lente kondigt zich aan. Kievitten stunten in de lucht, de geuren veranderen, de planten persen zich uit de bodem. En ik voel me steeds zekerder worden en krijg alle ruimte om de boer in mij naar boven te laten komen.
Tekst Stijn Roovers- mei 2026
Foto's: Stijn Roovers
Stijn zit in het eerste jaar van de beroepsopleiding biologische en biodynamische landbouw in Leuven. Meer info over de opleiding vind je hier.